NZG Adoptie van een kind uit het buitenland

Een kind dat geadopteerd mag worden is een kwetsbaar kind. Het heeft in zijn jonge leven al heel veel meegemaakt. Zijn eigen ouders zijn er niet meer of ze kunnen niet voor hem zorgen. Op deze pagina leest u meer over het gezinsonderzoek, wat het doel ervan is, hoe het in zijn werk gaat en welke vragen u kunt verwachten.

Gezinsonderzoek
Vaak gaat het om kinderen met traumatische ervaringen of om kinderen met een handicap. Wanneer wordt vastgesteld dat er geen geschikt gezin in het eigen land is mag het door een buitenlands gezin geadopteerd worden.

Het kind komt dan in een ver land terecht, in een onbekende cultuur, bij vervangende ouders die vaak zijn taal niet spreken, zijn herinneringen niet delen en niet tot weinig weten over hoe hij tot dan toe is opgevoed. Zo’n kind verdient bescherming. Daarom maakt een gezinsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming altijd deel uit van de procedure voor adoptie. Op de website van de Stichting Adoptievoorzieningen (SAV) worden de negen stappen in de adoptieprocedure beschreven. De link naar deze site vindt u hier.

Meer informatie

In het belang van het kind
De Raad voor de Kinderbescherming doet het gezinsonderzoek in het belang van het kind. Dat is zo vastgelegd in de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka), in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind en in het Haags Adoptieverdrag, waar Nederland bij is aangesloten.

De Raad voor de Kinderbescherming maakt onderdeel uit van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Het gezinsrapport van de Raad is een advies. Het ministerie van Veiligheid en Justitie beslist op basis van het advies over de zogenoemde ‘beginseltoestemming’ voor adoptie, die elke volwassene nodig heeft wanneer hij een buitenlands kind (met het oog op gezinsvorming door adoptie) naar Nederland wil halen.

Bij adoptie gaat het altijd om kwetsbare kinderen. Steeds vaker gaat het ook om kinderen met een bijzondere zorgbehoefte, de 'special needs kinderen'. Het zijn kinderen die speciale medische zorg nodig hebben of extra begeleiding vragen, omdat ze een ontwikkelingstoornis hebben. Ook de al wat oudere kinderen hebben vaak speciale aandacht nodig, omdat ze al veel hebben meegemaakt of omdat ze lange tijd niet voldoende gestimuleerd zijn. In alle gevallen vragen geadopteerde kinderen veel van hun nieuwe ouders. Het is de taak van de Raad voor de Kinderbescherming om te onderzoeken en te beoordelen of de aspirant adoptieouders in staat zijn om als opvoeders die extra zorg duurzaam te kunnen geven.

Meer informatie

Uitstel van het onderzoek
Het gezinsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming wordt niet gestart wanneer u nog bezig bent met een vruchtbaarheidsonderzoek of -behandeling, zoals IVF. Een voorwaarde voor adoptie is namelijk dat u een bewuste, positieve keuze maakt voor een adoptiekind.

Als u zwanger bent, wordt het onderzoek uitgesteld tot het eventueel daaruit geboren kind een jaar oud is en u om voortzetting van het onderzoek verzoekt. Ook na de komst of de uithuisplaatsing van een pleegkind geldt een wachttijd van een jaar, behalve als het gaat om een kortdurende crisisplaatsing of weekendplaatsing. Ook kunt u zelf vragen om uitstel van het onderzoek wanneer u daar vanwege persoonlijke omstandigheden aanleiding toe ziet.

Risicofactoren en beschermingsfactoren
Tijdens het gezinsonderzoek brengt de Raad voor de Kinderbescherming (een raadsonderzoeker) in beeld welke risicofactoren en welke beschermingsfactoren er zijn in uw situatie. Bij het uiteindelijke advies worden deze factoren tegen elkaar afgewogen. Het streven is om het gezinsonderzoek binnen 3 á 4 maanden af te ronden.

De Raad kijk onder andere naar onderstaande punten.

1. Uw gezondheid
Om te beginnen moet u, naar waarheid, een gezondheidsverklaring laten invullen door een onafhankelijk arts. Op deze verklaring staan niet alleen vragen over uw lichamelijke gezondheid, maar ook over uw psychische gesteldheid. Uw gezondheid of uw psychische gesteldheid mag namelijk geen risico vormen voor het kind. Het zou voor het kind bijvoorbeeld zeer schadelijk zijn als hij na zijn biologische ouders ook zijn adoptieouders voortijdig zou verliezen. Ook indien uw ziekte of handicap te veel aandacht vraagt, kan dat nadelig zijn voor het kind. Zo nodig kan de raadsonderzoeker, met uw toestemming, nadere informatie opvragen bij uw behandelend arts of hulpverlener.

2. Een mogelijk justitieel verleden
De Raad voor de Kinderbescherming vraagt informatie op over u bij het Justitieel Documentatie Register (JDR). Komt u in dat register voor, dan beoordeelt de raadsonderzoeker of het gaat om strafbare feiten die een risico vormen voor het kind.

3. Uw situatie
De raadsonderzoeker moet zich een oordeel kunnen vormen over uw persoon en uw leven. Hij baseert dat oordeel onder andere op de onderstaande punten.

  • U krijgt de vraag om uw levensverhaal op papier te zetten. U krijgt hiervoor van de raadsonderzoeker een lijst met aandachtspunten.
  • De raadsonderzoeker zal het uitgebreid met u hebben over uw kinderwens en over uw motivatie om voor een kind van een ander te willen zorgen. Daarbij komt ook uitgebreid aan de orde welke capaciteiten u heeft om voor een kind te zorgen, het op te voeden en te begeleiden. Geeft u aan dat u een 'special needs' kind zou willen adopteren, dan bekijkt de raadsonderzoeker of u daartoe in staat bent.
  • De raadsonderzoeker bekijkt uw woonsituatie, uw werk en uw vrijetijdsbesteding.
  • De raadsonderzoeker bekijkt hoe het contact is met uw familie en of u beschikt over een sociaal netwerk van vrienden, buren en bekenden.
  • De raadsonderzoeker vormt zich tijdens de gesprekken ook een oordeel over u persoonlijk.
  • Heeft u een partner (of wilt u samen met uw partner een kind adopteren), dan moet uw relatie stabiel zijn. Als adoptieouders uit elkaar gaan, roept dat bij kinderen over het algemeen zeer heftige reacties op. Ook is het belangrijk dat u een relatie heeft, waarin u goed met elkaar kunt praten. Samen verantwoordelijk zijn voor een kwetsbaar kind kan uw relatie immers flink op de proef stellen.
  • Heeft u al kinderen, geadopteerd of niet, dan betrekt de raadsonderzoeker ook hen in het onderzoek. Gaat het om oudere kinderen, dan kunnen ze zelf hun mening geven aan de raadsonderzoeker.
  • Uw inkomen moet toereikend zijn om het gezin te onderhouden, inclusief het geadopteerde kind. Er gelden hiervoor overigens geen door de Raad vastgestelde normen of grensbedragen. De landen waar de kinderen vandaan komen hebben die normen vaak wel.
  • De raadsonderzoeker zal u ook vragen naar uw godsdienst of levensovertuiging, omdat deze informatie van belang is voor adoptie vanuit bepaalde landen.

De procedure
Het gezinsonderzoek bestaat in ieder geval uit de volgende onderdelen:

  • Beoordeling van de ingevulde gezondheidsverklaring;
  • Beoordeling van de informatie van het Justitieel Documentatie Register (JDR);
  • Drie of vier gesprekken met de raadsonderzoeker, bij u thuis of op het kantoor van de Raad voor de Kinderbescherming;
  • Een of meerdere huisbezoeken door de raadsonderzoeker. Dit huisbezoek wordt gecombineerd met de gesprekken;
  • Uw levensverhaal op papier.

Afhankelijk van uw situatie kunnen daar de volgende onderdelen bijkomen:

  • Nadere informatie over uw gezondheid en uw psychische gesteldheid, bijvoorbeeld van uw behandelend arts of hulpverlener;
  • Informatie van derden, bijvoorbeeld van mensen uit uw sociale netwerk;
  • Afnemen van psychologische vragenlijsten.

Het gezinsrapport
De raadsonderzoeker schrijft naar aanleiding van zijn onderzoek een gezinsrapport, met een advies aan het ministerie van Veiligheid en Justitie over uw verzoek tot beginseltoestemming voor adoptie.

U krijgt het conceptrapport te lezen voordat het naar het ministerie van Veiligheid en Justitie gaat. Staan er feitelijke onjuistheden in, dan kunt u dat aangeven. Bent u het niet eens met de conclusies en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming, dan kunt u daar geen bezwaar tegen maken bij de Raad zelf. U kunt wel bezwaar maken op het moment dat u van het ministerie van Veiligheid en Justitie een negatief besluit krijgt op uw verzoek om beginseltoestemming voor adoptie. Op dat moment kunt u ook bij het ministerie een kopie opvragen van het rapport.

Voor het land waar uw kind vandaan komt, is het gezinsrapport de belangrijkste bron van informatie over u, uw thuissituatie, uw familie en vrienden en uw vermogen om een adoptiekind op te verzorgen en op te voeden. Het rapport wordt daarom integraal vertaald ten behoeve van de instanties in het land waaruit u een kind wilt gaan adopteren. Die instanties gebruiken het rapport om een goede match te maken tussen een kind en u, om ervoor te zorgen dat een kind vervangende ouders krijgt die zo goed mogelijk bij hem passen. Dat is niet alleen in het belang van het kind, maar ook in uw belang.

Een kind uit Nederland
Het komt maar heel zelden voor dat in Nederland een kind wordt afgestaan voor adoptie. Maar ook voor die kinderen worden ouders gezocht. U kunt tijdens het gezinsonderzoek aangeven dat u ook onderzocht wilt worden op uw geschiktheid voor het opnemen van een Nederlands kind. In het onderzoek wordt dan vooral gekeken naar uw bereidheid tot een open adoptie, waarbij contact mogelijk is tussen uw adoptie kind met zijn eigen ouder(s) en eventuele familie.

NZG Algemeen Informatie

NZG Nieuwsoverzicht Algemeen