NZG Afstand doen van een kind voor adoptie

Afstand doen van een kind voor adoptie

In Nederland is het geen schande om ongewenst zwanger te zijn of alleen ouder te zijn. Toch kan het zijn dat het niet mogelijk is om zelf uw kind te verzorgen en opvoeden. Afstand doen van uw kind zodat het door adoptie kan worden opgenomen in een adoptiegezin is dan mogelijk. Hulpverleners kunnen u hierbij helpen. Zij werken wanneer dat nodig is met geheimhouding. Op deze pagina leest u meer over afstand doen en hoe het in zijn werk gaat.

Toelichting op de procedure over afstand ter adoptie
In Nederland worden maar heel weinig kinderen na hun geboorte afgestaan voor adoptie. In de periode 1998-2007 ging het om nog geen 20 kinderen per jaar. Er zijn verschillende redenen waarom vrouwen wel een zwangerschap voldragen, maar vervolgens het kind niet (samen met de vader) kunnen of willen opvoeden. Het kan gaan om een kind dat verwekt is door seksueel misbruik. Het kan gaan om een moeder uit een cultuur waar ongehuwd zwanger zijn een groot taboe is, wat leidt tot angst voor uitstoting uit de sociale omgeving en familie of zelfs eerwraak. Het kan ook gaan om een moeder die nog studeert, een getrouwde moeder waarbij de echtgenoot niet de verwekker is van het kind of om ouders met een verstandelijke beperking. Soms is de moeder een asielzoekster of een vrouw die illegaal in Nederland verblijft.

Als u overweegt om afstand te doen van uw kind, kunt u (eventueel samen met uw partner) voor hulp tijdens de zwangerschap en na de bevalling terecht bij de Stichting Ambulante FIOM of stichting Siriz. Deze organisaties ondersteunen ouder(s) bij het zoeken naar een oplossing of bij het nemen van de beslissing om afstand te doen. Wettelijk mag en kan een ouder voor de geboorte geen afstand doen van zijn of haar kind. Blijft de moeder ook na de geboorte bij haar wens om afstand te doen en is de vader niet bekend of geeft hij ook te kennen dat hij afstand wil doen van het kind dan wordt door de FIOM of Siriz de Raad voor de Kinderbescherming ingeschakeld. Als de Raad voor de Kinderbescherming door het ziekenhuis of op andere wijze in kennis wordt gesteld van een voornemen tot afstand zal de Raad voor de Kinderbescherming de FIOM of Siriz inschakelen voor de begeleiding van de ouder(s).

Bedenktijd
Omdat een kind wettelijk het recht heeft om op te groeien bij zijn eigen ouders, krijgt de ouder hulp aangeboden en heeft de ouder drie maanden de tijd om goed na te denken over de gevolgen van het voornemen om afstand te doen. De Raad voor de Kinderbescherming vraagt aan de kinderrechter voor die drie maanden om een voorlopige voogdij maatregel. Het gezag van de ouder over het kind wordt dan overgedragen aan een instelling voor voogdij. In veel gevallen is deze instelling een onderdeel van Bureau Jeugdzorg.

Het kind wordt in die periode geplaatst bij een 'neutraal-terrein-gezin' tenzij het specifieke medische zorg nodig heeft waardoor opvang in een ziekenhuis of instelling noodzakelijk is. De ouder kan in die periode contact hebben met het kind, maar is daartoe niet verplicht. In veel gevallen leidt deze bedenktijd ertoe dat de ouder terugkomt op het voornemen om afstand te doen.

Tegen het einde van die drie maanden volgt een overleg tussen de betrokken organisaties en instellingen om te kijken hoe het verder moet. Er zijn verschillende mogelijkheden:

  • De ouder wil toch voor het kind zorgen en kan dat ook, bijvoorbeeld met hulp van de eigen ouders (de grootouders van het kind), andere familieleden of een hulpverleningsorganisatie bijvoorbeeld in de vorm van tienermoeder omgang. In dat geval krijgt de ouder, wanneer die meerderjarig is, het gezag over het kind terug en wordt het kind aan de ouder overgedragen.

  • De ouder wil toch voor het kind zorgen, maar kan dat op dit moment niet of nog niet. In dat geval wordt gezocht naar een pleeggezin om het kind op te vangen, totdat de ouder wel in staat is om het kind zelf te verzorgen en op te voeden. Zo nodig krijgt de ouder hulp en begeleiding om zich voor te bereiden op die verantwoordelijkheid.

  • De ouder blijft bij het voornemen om afstand te doen van het kind. In dat geval worden de eerste stappen gezet in de richting van adoptie. De eerste stap is dat de Raad voor de Kinderbescherming aan de ouder vraagt om een afstandsverklaring te tekenen. De Raad gaat vervolgens in haar bestand op zoek naar drie aspirant adoptief gezinnen voor het betreffende kind. Daarbij wordt rekening gehouden met de informatie die er is over de ontwikkeling van het kind en waaruit kan blijken dat het kind specifieke opvoedingsvaardigheden vraagt van de adoptief ouders. Daarnaast wordt rekening gehouden met de eventueel uitgesproken wensen van de ouder(s) t.a.v. de adoptief ouders. Als laatste telt de plek van aspirant adoptief ouders op de wachtlijst bij van de Raad mee. De voogdij instelling (Bureau Jeugdzorg) kiest, zo mogelijk in samenspraak met de ouder(s), uit deze drie gezinnen uiteindelijk een definitief gezin.

De Raad wijst de ouders(s) en pleeg-ouders c.q. aspirant adoptief ouders erop dat de beslissing tot afstand kan worden ingetrokken tot het moment dat op het adoptieverzoek door de pleegouders/aspirant adoptief ouder(s) door de rechter is beslist. Indien ouders terugkomen op de afstand stelt de Raad een onderzoek in over of en zo ja, wanneer en onder welke voorwaarden het mogelijk is dat de ouder(s) zelf voor het kind gaan zorgen. Indien het een minderjarige ouder betreft doet de Raad indien nodig een voorstel voor de voorziening in het gezag en rapporteert en adviseert de rechter binnen zes maanden na de geboorte van het kind hierover. Wanneer besloten wordt tot een terugplaatsing bij de ouder(s) verzorgt de voogdij instelling (Bureau Jeugdzorg) deze terugplaatsing in overleg met FIOM / Siriz.

NZG Algemeen Informatie

NZG Nieuwsoverzicht Algemeen