NZG Wettelijke uitgangspunten

In de wet zijn enkele uitgangspunten vastgelegd die gelden bij een scheiding waarbij kinderen betrokken zijn. Beide ouders behouden in principe het gezag, het kind en zijn ouders hebben recht op contact met elkaar, de niet-verzorgende ouder heeft recht op informatie.

Gezamenlijk gezag
In principe behouden ouders ook na ontbinding van hun huwelijk samen het ouderlijk gezag over hun kinderen. De ex-partners bepalen samen bij wie de kinderen wonen. Ook blijven ze beiden verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding. Verder nemen ze samen alle belangrijke beslissingen over de kinderen. Beide ouders hebben recht op informatie en consultatie.

Uitzondering op gezamenlijk gezag
De ouders kunnen de rechter verzoeken om het gezag slechts aan één van beiden toe te kennen. De rechter zal dit verzoek alleen toekennen als er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren dreigt te raken tussen ouders en er geen zicht is op een verbetering in de situatie. De ouder die alleen met het gezag wordt belast (de gezagsdragende ouder), mag bepalen bij wie de kinderen verblijven.

Gezag wijzigen
De beslissing van de rechter over het gezag, is gebaseerd op een momentopname van de situatie van de kinderen. Als de omstandigheden veranderen, kan het zijn dat (één van de) ouders een andere gezagsregeling beter vindt voor de kinderen. Er moet dan met een advocaat worden overlegd of een wijziging in dat geval mogelijk is.

Ouderschapsplan
Ouders die uit elkaar gaan, zijn verplicht om een ouderschapsplan op te stellen. In dit plan staan afspraken die ouders maken over de verdeling van zorg- en opvoedingstaken, alimentatie en informatie-uitwisseling. De wet verplicht ouders ook om aan te geven op welke wijze zij de kinderen hebben betrokken bij het maken van de afspraken en hoe zij de kinderen hebben geïnformeerd.

Contact en omgang
Kinderen en ouders hebben er recht op om elkaar te blijven zien, ook nadat ouders uit elkaar zijn gegaan. Als beide ouders gezag hebben, spreken we van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken en is er sprake van contact tussen ouder en kind. Eventueel kan dit contact tijdelijk worden ontzegd. Als na de scheiding slechts één van de ouders gezag heeft, spreken we van omgang. De ouders kunnen een omgangsregeling afspreken, waarin staat wanneer en hoe vaak uw kinderen de andere ouder ontmoeten. Deze omgangsregeling kan ook door de rechtbank worden vastgesteld.

Uitzondering: de niet-gezagsdragende ouder de omgang ontzeggen
De rechter kan de niet-gezagsdragende ouder de omgang met de kinderen ontzeggen. De gezagsdragende ouder kan daar om vragen. De rechter legt de ontzegging alleen op als er één of meer van de volgende wettelijke ontzeggingsgronden van toepassing zijn:

  • de omgang met de andere ouder levert ernstig nadeel op voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de kinderen;
  • de andere ouder is kennelijk niet geschikt voor of niet in staat tot omgang met de kinderen;
  • de kinderen zijn twaalf jaar of ouder en hebben ernstige bezwaren tegen de omgang met de andere ouder. Zij hebben de rechter daarover geïnformeerd;
  • de omgang met de andere ouder is om andere redenen in strijd met zwaarwegende belangen van de kinderen.

Informatie en consultatie
Als de ouders samen het gezag hebben, dan moet de ouder bij wie de kinderen wonen de andere ouder op de hoogte houden van belangrijke zaken die met de kinderen te maken hebben. Voorbeelden hiervan zijn de schoolprestaties of de gezondheid van de kinderen. Dit noemen we het recht op informatie. Bovendien moet de ouder bij wie de kinderen wonen de andere ouder om zijn mening vragen bij belangrijke beslissingen over de kinderen. Dit is het recht op consultatie. Als het gezag bij één ouder ligt, dan mag de ouder die het gezag heeft, uiteindelijk zelf de beslissing nemen. Op verzoek van één van de ouders kan de rechter bepalen hoe de andere ouder geïnformeerd of geconsulteerd moet worden.

NZG Algemeen Informatie

NZG Nieuwsoverzicht Algemeen