Normal_baby-20339_640

Ouders van te vroeg geboren kinderen blijken meestal goed in staat om, ondanks de complexe omstandigheden, een affectieve relatie op te bouwen met hun baby. Er is geen direct verband tussen vroeggeboorte en het ontstaan van hechtingsproblemen of negatief gedrag van de ouder naar het kind. Dit blijkt uit nieuw onderzoek, meldt Tilburg University. 

De vroeggeboorte van een baby is voor ouders een zeer ingrijpende, emotionele en belastende gebeurtenis. De negatieve emoties die ouders ervaren, zoals depressieve gevoelens en angst, en de stressvolle omstandigheden bij een vroeggeboorte (denk aan een ziekenhuisopname), worden regelmatig gelinkt aan het ontstaan van problemen in de ouder-kind relatie, ouderlijk disfunctioneren en zelfs aan kindermishandeling. Promovenda Hannah Hoffenkamp vond daar echter geen bewijs voor. “Ouders van te vroeg geboren kinderen worden vaak aangemerkt als ‘risicogroep’. Mijn onderzoek laat zien dat vroeggeboorte niet noodzakelijkerwijs leidt tot een verstoorde hechtingsrelatie of tot negatief gedrag van de ouder naar het kind. Eigenschappen van de ouder lijken een grotere invloed te hebben op de kwaliteit van ouderschap dan kenmerken van het kind en de context.”
 
De onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op een steekproef onder 231 moeders en 223 vaders van 231 baby’s (vroeggeboren en niet-vroeggeboren). De deelnemende gezinnen werden gevolgd vanaf de geboorte tot zes maanden na de bevalling. Door middel van vragenlijsten, interviews en video-observaties werd de relatie tussen ouder en kind bestudeerd. Uit Hoffenkamps onderzoek komt naar voren dat niet de vroeggeboorte, maar reeds aanwezige risicofactoren bij de ouders een grote invloed hebben op de kwaliteit van ouderschap. 
 
Ouders met een verhoogd risico op het ontstaan van gedrags- en hechtingsproblemen in de relatie met hun baby worden met name gekenmerkt door negatieve en onrealistische percepties. 
 
© Nationale Zorggids