Normal_10225

DEN HAAG - 25 procent van de Nederlanders kent iemand met epilepsie en 50 procent heeft weleens een epileptische aanval meegemaakt. Toch denkt men bij een aanval nog steeds aan de bekende aanval waarbij iemand valt en begint te schokken.

Dit blijkt uit een onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van het Nationaal Epilepsie Fonds onder ruim 500 mensen. Er zijn ruim 70 soorten aanvallen die er heel anders uitzien; een epileptische aanval wordt dus vaak niet als zodanig herkend, zo meldt het Nationaal Epilepsie Fonds.

44 procent van de Nederlanders denkt dat iemand die een epileptische aanval krijgt, altijd schokkende bewegingen maakt. 25 procent denkt dat de persoon daarbij altijd op de grond valt. Ruim 56 procent denkt dat mensen met een epileptische aanval altijd hulp nodig hebben. En meestal klopt dit ook; de bekendste aanval waarvoor dit geldt, staat bekend als een insult of als een 'grote aanval'. Officieel wordt dit een tonisch-clonische aanval genoemd.

De meeste voorkomende aanval op de kinderleeftijd is voor leken heel moeilijk op te merken. Het kind staart voor zich uit en is op dat moment buiten bewustzijn. Deze korte afwezigheid wordt een absence genoemd. Dat herhaalt zich soms tientallen keren per dag. Voor veel mensen is deze aanval nauwelijks zichtbaar terwijl tijdens deze aanval het kind informatie mist, zoals bijvoorbeeld leerstof.

In ons land leven 120.000 mensen met epilepsie. Er is echter nog steeds veel onduidelijk over epilepsie. Als een omstander al herkent dat het om epilepsie gaat, moet hij of zij ook nog maar weten hoe te handelen. Het Nationaal Epilepsie Fonds wil dat er meer duidelijkheid komt over eerste hulp bij epileptische aanvallen en is daarom 29 mei de campagne 'Met epilepsie weet je het nooit' gestart. De campagneperiode valt samen met de collecte van het Nationaal Epilepsie Fonds die vandaag van start gaat.

© Nationale Zorggids / Henk Zuidema