NZG Hepatitis B

Hepatitis B is een ontsteking van de lever die veroorzaakt wordt door een virus. Bij hepatitis B gaat het om een ander virus dan bij hepatitis A en C. Het zijn alle drie leverontstekingen die veroorzaakt worden door infectie met een virus. Ze worden daarom ook wel virale hepatitis genoemd.

Hepatitis B is een leverontsteking die wereldwijd veel voorkomt. In Nederland dragen ongeveer dertigduizend tot zestigduizend mensen het hepatitis B virus bij zich. Bij ongeveer negentig procent van de volwassen mensen geneest de leverontsteking vanzelf binnen een half jaar. Dit wordt acute hepatitis B genoemd. Hepatitis B kan echter ook chronisch worden. Dat wil zeggen dat de infectie aanwezig blijft. Bij baby's wordt de infectie bijna altijd chronisch. Dat komt doordat het afweersysteem bij baby's nog niet volledig ontwikkeld is.

Acute hepatitis B kan met klachten gepaard gaan. Als de infectie chronisch wordt, verdwijnen de klachten aanvankelijk. De infectie blijft echter aanwezig en kan na verloop van tijd een ernstige leverontsteking veroorzaken. Iemand met chronische hepatitis blijft besmettelijk voor anderen, ook als er geen klachten zijn.

Verschillende vormen van hepatitis B
Er bestaan twee vormen van chronische hepatitis B. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • Een actieve vorm van chronische hepatitis B
  • Een inactieve vorm van chronische hepatitis B

De actieve vorm van chronische hepatitis B kan op den duur gepaard gaan met een lichte tot zeer ernstige leverontsteking. Uiteindelijk kan dit leiden tot levercirrose (verschrompeling van de lever), waardoor de lever minder goed gaat werken. Ook is hierbij de kans op leverkanker vergroot.

Bij een inactieve vorm van chronische hepatitis B blijft het virus aanwezig zonder klachten te veroorzaken. Meestal heeft deze vorm op de lange duur weinig gevolgen. Het is wel belangrijk regelmatig te laten onderzoeken of het virus niet actief is geworden. De arts kan door bloedonderzoek de activiteit van het virus vaststellen.

Behalve dit onderscheid zijn er ook nog verschillende typen van het hepatitis B virus. Deze verschillende typen worden genotypen genoemd. Sommigen genotypen komen vooral rondom de Middellandse Zee voor. Een ander genotype ziet men vooral in Noordwest Europa. Soms is de behandeling afhankelijk van het genotype van het virus.

Hepatitis B is een virus. We maken antistoffen aan tegen dit virus, zodra het ons lichaam binnenkomt. Daardoor kunnen we maar één keer in ons leven hepatitis B krijgen. Wanneer we nogmaals in contact komen met het virus, kunnen we niet opnieuw besmet worden en zijn we immuun.

Inhoud
Algemeen
Oorzaken
Verschijnselen
Diagnose
Behandeling

Oorzaken
Hepatitis B is een heel besmettelijk virus. Het hepatitis B virus komt voor in bloed, sperma, voorvocht en vaginaal vocht. Het wordt overgedragen via bloedbloedcontact of via seksueel contact met iemand die het virus bij zich draagt. Hepatitis B is daarom ook een zogenoemde seksueel overdraagbare aandoening (SOA).

Baby's kunnen hepatitis B bij de geboorte oplopen door besmetting van moeder op kind, als de moeder besmet is met het virus.

Bekende manieren van overdracht zijn:

  • Onveilig vrijen, zonder condoom
  • Via gebruikte besmette injectienaalden
    Bijvoorbeeld bij het spuiten van drugs, maar ook besmette naalden die worden gebruikt bij tatoeage, piercing of accupunctuur. In westerse landen gebruiken artsen alleen steriele naalden. In niet-westerse landen is dat helaas nog niet altijd het geval.
  • Via scheermesjes
    Door scheermesjes van huisgenoten te gebruiken die besmet zijn, kunt u het virus oplopen. Ook via besmette scheermesjes of scheerapparatuur bij de kapper kan het virus overgedragen worden. Wees met name voorzichtig bij kappers in niet-westerse landen.
  • Door gezamenlijk gebruik van tandenborstels; speeksel vermengd met bloed (bloedend tandvlees) kan een risico zijn. Speeksel zelf speelt geen rol in de besmettingsroute.
  • Via bloedtransfusie
    In Nederland is dit uitgesloten omdat het bloed gecontroleerd wordt op hepatitis B. In niet-westerse landen is dit nog niet altijd zo.

Vaccinatie
Bij de GGD kan men zich laten vaccineren tegen hepatitis B. Dit wordt geadviseerd aan mensen uit risicogroepen, zoals medewerkers in de zorg, mensen met wisselende seksuele contacten, homoseksuele mannen, prostituees en spuitende drugsgebruikers. Ook als men voor langere tijd op reis gaat naar een niet-westers land, kan vaccinatie tegen hepatitis B raadzaam zijn.

Verschijnselen
Bij besmetting van het hepatitis B virus, kan het vier weken tot zes maanden duren voordat er ziekteverschijnselen optreden. Het hepatitis B virus kan een verraderlijke ziekte zijn omdat het niet opgemerkt wordt. Desondanks is besmetting met andere al mogelijk. Het komt regelmatig voor dat mensen helemaal niet weten dat ze hepatitis B hebben.

Veelgehoorde klachten bij hepatitis B zijn:

  • Ernstige vermoeidheid
  • Misselijkheid
  • Braken
  • Spier- en gewrichtspijn
  • Verminderde eetlust
  • Jeuk
  • Pijn in de bovenbuik
  • Geelzucht; Soms is er sprake van geelzucht. Geelzucht is het geel zien van de huid en het oogwit, soms in combinatie met een donkergekleurde urine en een ontkleurde ontlasting.
  • In ernstige gevallen kan acuut leverfalen ontstaan. Bij leverfalen zijn de levercellen zodanig beschadigd dat de lever niet meer kan functioneren.

Chronische hepatitis B
Een chronische hepatitis B geeft vaak lange tijd niet of nauwelijks klachten. Ondertussen kan de leverontsteking zich uitbreiden. Op den duur kan de ontsteking overgaan in verschrompeling van de lever. Bij dit proces wordt weefsel van de lever omgezet in littekenweefsel. Dit proces wordt levercirrose genoemd. Levercirrose is een ernstige aandoening.

Diagnose

  • Bloedonderzoek
    Hepatitis B kan vastgesteld worden door middel van bloedonderzoek. De huisarts kan bloedonderzoek doen naar het virus dat hepatitis B veroorzaakt. Door middel van bloedonderzoek kunnen ook de leverfuncties onderzocht worden. Deze leverfuncties geven een beeld van het functioneren van de lever. Bij een leverontsteking kunnen verschillende leverwaarden verhoogd zijn.
  • Echografie
    Bij een echografie wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven. De verschillende soorten weefsels in en rond de lever kaatsen deze golven allemaal op een andere manier terug. De arts kan op deze manier zien of uw lever gezond is of dat er afwijkingen zijn. Een echografie is pijnloos en neemt weinig tijd in beslag.
  • CT-scan of computertomografie
    Met een CT-scan kan de arts afwijkingen aan de lever opsporen. De scanner maakt een serie gedetailleerde foto's van uw lever. Meestal wordt van tevoren contrastvloeistof in een ader gespoten. Hierdoor worden de afbeeldingen duidelijk.
  • MRI of Magnetic Resonance Imaging
    Ook met een MRI-scan kan de arts afwijkingen aan de lever opsporen. In plaats van röntgenstralen wordt hierbij een sterk magnetisch veld gebruikt. Meestal krijgt u voor dit onderzoek contrastvloeistof in een ader ingespoten. De scanner maakt gedetailleerde opnames van uw lever.
  • Leverbiopsie of leverpunctie
    Met een leverbiopsie of leverpunctie neemt de arts een stukje weefsel van de lever weg onder plaatselijke verdoving. Dit gebeurt met een lange holle naald. Deze naald wordt tussen uw rechter ribben ingebrachte en in uw lever geschoven. Daar haalt de arts een stukje weefsel weg. Dit wordt ook wel een leverbiopt genoemd. Dit biopt wordt onder de microscoop onderzocht. Op deze manier kan de arts vaststellen of er sprake is van een ontsteking en/of cirrose. Ook de aard van een ontsteking en het stadium van de cirrose of andere leverziekte kan op deze manier vastgesteld worden.
  • Echogeleide leverbiopsie of leverpunctie
    Een leverbiopsie of leverpunctie wordt soms gedaan in combinatie met een echografie. De arts ziet dan op het beeldscherm waar de naald precies ingebracht wordt. Dit is nodig als er een bepaald stukje leverweefsel weggenomen moet worden. Dit biopt wordt onder de microscoop onderzocht. Op deze manier kan de arts vaststellen of er sprake is van een ontsteking en/of cirrose. Ook de aard van een ontsteking en het stadium van de cirrose of andere leverziekte kan op deze manier vastgesteld worden.

Behandeling
Acute hepatitis B geneest bijna altijd vanzelf. Een gezonde voeding en leefstijl bevordert de genezing. Een behandeling met medicijnen is niet nodig. In zeer ernstige gevallen schrijft de arts virusremmers voor.

De arts zal regelmatig bloedonderzoek laten doen. Regelmatige controle is van belang om de zeldzame complicatie van acuut leverfalen tijdig te ontdekken, en om de hoeveelheid virus vast te stellen. Bij een chronische actieve hepatitis B zijn verschillende behandelingen met medicijnen mogelijk.

Medicijnen
Er zijn verschillende medicijnen die gebruikt worden bij de behandeling van chronische actieve hepatitis B. De behandeling is verschillend per persoon. De specialist bepaalt de behandeling op basis van de leverfuncties, het type virus, de klachten, persoonlijke factoren en resultaten van eerdere behandelingen. De behandelingen hebben als doel het virus te laten verdwijnen, of terug te dringen zodat het virus geen leverschade veroorzaakt.

Er zijn verschillende soorten medicijnen die de specialist kan voorschrijven:

  • Peginterferonen
    Peginterferonen stimuleren het eigen afweersysteem en remmen de virusdeling. Het hepatitis B virus wordt door Peginterferonen onderdrukt. Deze medicijnen worden via injecties toegediend en hebben vaak vervelende bijwerkingen. Daarom zijn ze niet voor iedereen geschikt. Peginterferonen kunnen ervoor zorgen dat het virus uit het lichaam verdwijnt. De behandeling is langdurig.
  • Antivirale medicijnen
    Antivirale medicijnen remmen de deling van het virus, en daarmee de ontsteking van de lever. Een nadeel van sommige van deze medicijnen is dat het op den duur bij een aantal mensen niet meer werkt. Het virus is dan ongevoelig (resistent) geworden voor de medicijnen. Antivirale medicijnen moeten bij chronische hepatitis B vaak levenslang geslikt worden.

Terug

Bron: MLDS

NZG Medisch Informatie

NZG Nieuwsoverzicht Medisch