NZG Hepatitis C

Hepatitis C is een ontsteking van de lever die veroorzaakt wordt door een virus. Bij hepatitis C gaat het om een ander virus dan bij hepatitis A en B. Het zijn alle drie leverontstekingen die veroorzaakt worden door infectie met een virus. Ze worden daarom ook wel virale hepatitis genoemd.

Het hepatitis C virus is pas vanaf 1989 bekend. Tot 1991 werd in Nederland bloed dat wordt gegeven voor een bloedtransfusie niet op de aanwezigheid van het hepatitis C virus onderzocht. Daarom zijn veel mensen die voor 1991 een bloedtransfusie kregen met hepatitis C besmet geraakt. Tegenwoordig komt dit in Nederland niet meer voor, omdat de bloedbanken het bloed op hepatitis C testen.

Hepatitis C kan een leverontsteking veroorzaken. Dit kan ernstige klachten tot gevolg hebben. Iemand kan echter ook besmet zijn zonder het te merken. In beide gevallen is men besmettelijk voor andere mensen, Het kan ongeveer tien tot twintig jaar duren voordat iemand die besmet is duidelijke klachten krijgt. Hepatitis C wordt in de meeste gevallen chronisch: ongeveer 80 procent van de mensen die besmet raken, krijgen een chronische leverontsteking.

Dit wil zeggen dat het hepatitis C virus in het lichaam aanwezig blijft. Hierdoor kan de lever ernstig ontstoken raken. Bij 20 procent van de mensen met chronische hepatitis C ontstaat levercirrose. Levercirrose is een ernstige leverziekte, waarbij gezond weefsel in de lever vervangen wordt door littekenweefsel. Levercirrose kan ook een verhoogde kans geven op het ontstaan van leverkanker.

Hepatitis C is een virus. Na het doormaken van een hepatitis C infectie, wordt in de meeste gevallen geen immuniteit opgebouwd. Wanneer we na een eerder doorgemaakte infectie nogmaals in contact komen met het virus, is het mogelijk opnieuw besmet te raken. In tegenstelling tot hepatitis A en B, bestaat er nog geen vaccinatie tegen hepatitis C. Inenten tegen deze vorm van leverontsteking is dus niet mogelijk.

Inhoud
Algemeen
Oorzaken
Verschijnselen
Diagnose
Behandeling

Oorzaken
De meest voorkomende manieren van besmetting van hepatitis C zijn:

  • Via gebruikte naalden
    Bijvoorbeeld bij injecties, drugsgebruik, piercings, accupunctuur en tatoeages. In westerse landen worden door artsen alleen steriele naalden gebruikt. In niet-westerse landen is dat helaas nog niet altijd zo.
  • Via scheermesjes
    Door scheermesjes te gebruiken van iemand die drager is van het hepatitis C virus. Ook via scheermesjes of scheerapparatuur bij de kapper kan het virus overgedragen worden. Wees met name voorzichtig bij kappers in niet-westerse landen.
  • Door gezamenlijk gebruik van tandenborstels
    Voor zover dit bekend is, speelt speeksel geen rol in de besmettingsroute van hepatitis C, Speeksel vermengd met bloed kan wel een risico zijn (bijvoorbeeld bij bloedend tandvlees)
  • Via bloedtransfusie
    In Nederland is dit vanaf 1991 uitgesloten. Sindsdien wordt het bloed gecontroleerd op hepatitis C. In niet-westerse landen is dit nog niet altijd zo.

Hepatitis C wordt zelden door seksueel contact overgedragen. Het virus wordt niet overgedragen via sperma of vaginaal vocht, zoals bij hepatitis B. Hepatitis C kan wel overgedragen worden via kleine wondjes op de geslachtdelen, in de mond of bij de anus. Bij anaal seksueel contact (waarbij sprake kan zijn van bloedcontact) of bij vrijen tijdens de menstruatie is er een zeer gering besmettingsgevaar. In de dagelijkse omgang met mensen die besmet zijn met het hepatitis C virus is er geen risico op besmetting met hepatitis C.

Verschijnselen
Veel mensen merken lange tijd weinig of niets van de besmetting met hepatitis C. Klachten die kunnen ontstaan zijn:

  • Ernstige vermoeidheid
  • Misselijkheid
  • Braken
  • Gewrichtsklachten
  • Vage buikklachten
  • Algehele malaise, niet fit gevoel

In een later stadium ontstaat vaak geelzucht. Geelzucht is het geel zien van de huid en het oogwit, soms in combinatie met een donkergekleurde urine, een ontkleurde ontlasting en jeuk. Wanneer er geelzucht ontstaat is er vaak ook al sprake van levercirrose. Levercirrose is een verschrompeling van de lever. Bij levercirrose wordt gezond weefsel van de lever omgezet in littekenweefsel. Levercirrose is een ernstige aandoening. Soms is een levertransplantatie noodzakelijk.

Diagnose
Hepatitis C kan vastgesteld worden door middel van bloedonderzoek. De huisarts kan bloedonderzoek doen naar het virus dat hepatitis C veroorzaakt. Door middel van bloedonderzoek kunnen ook de leverfuncties onderzocht worden. Deze leverfuncties geven een beeld van het functioneren van de lever. Bij een leverontsteking kunnen verschillende leverwaardes verhoogd zijn. Meer informatie over deze leverwaardes en het bloedonderzoek vindt u elders op deze website bij leverfunctie-onderzoek.

  • Echografie
    Bij een echografie wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven. De verschillende soorten weefsels in en rond de lever kaatsen deze golven allemaal op een andere manier terug. De arts kan op deze manier zien of uw lever gezond is of dat er afwijkingen zijn. Een echografie is pijnloos en neemt weinig tijd in beslag.
  • CT-scan of computertomografie
    Met een CT-scan kan de arts afwijkingen aan de lever opsporen. De scanner maakt een serie gedetailleerde foto's van de lever. Meestal wordt van tevoren contrastvloeistof in een ader gespoten. Hierdoor worden de afbeeldingen duidelijk.
  • MRI of Magnetic Resonance Imaging
    Ook met een MRI-scan kan de arts afwijkingen aan de lever opsporen. In plaats van röntgenstralen wordt hierbij een sterk magnetisch veld gebruikt. Meestal krijgt men voor dit onderzoek contrastvloeistof in een ader ingespoten. De scanner maakt gedetailleerde opnames van de lever.
  • Lever biopsie of leverpunctie
    Met een leverbiopsie of leverpunctie neemt de arts een stukje weefsel van de lever weg onder plaatselijke verdoving. Dit gebeurt met een lange holle naald. Deze naald wordt tussen de rechter ribben ingebracht en in de lever geschoven. Daar haalt de arts een stukje weefsel weg. Dit wordt ook wel een leverbiopt genoemd. Dit biopt wordt onder de microscoop onderzocht. Op deze manier kan de arts vaststellen of er sprake is van een ontsteking en/of cirrose. Ook de aard van een ontsteking en het stadium van de cirrose of andere leverziekte kan op deze manier vastgesteld worden.
  • Echogeleide leverbiopsie of leverpunctie
    Een leverbiopsie of leverpunctie wordt soms gedaan in combinatie met een echografie. De arts ziet dan op het beeldscherm waar de naald precies ingebracht wordt. Dit is nodig als er een bepaald stukje leverweefsel weggenomen moet worden. Dit biopt wordt onder de microscoop onderzocht. Op deze manier kan de arts vaststellen of er sprake is van een ontsteking en/of cirrose. Ook de aard van een ontsteking en het stadium van de cirrose of andere leverziekte kan op deze manier vastgesteld worden.

Behandeling
Hepatitis C wordt meestal chronisch. De arts kan beoordelen of een chronische hepatitis C moet worden behandeld met medicijnen. Soms kan de arts besluiten af te wachten met behandeling. Dit gebeurt wanneer er geen actieve leverontsteking aanwezig is.

Complexe behandeling
De behandeling van hepatitis C is complex en verschillend per persoon. De specialist bepaalt de behandeling op basis van de leverfuncties, het type virus, de klachten, het resultaat van eventuele eerdere behandeling en persoonlijke factoren. Het is belangrijk dat men onder controle is bij een specialist die ervaring heeft met chronische hepatitis C.

Behandeling afhankelijk van het type hepatitis C virus
Er zijn verschillende typen hepatitis C virussen. Deze worden genotypen genoemd. Het hepatitis C virus kan worden gezien als een familie. De verschillende familieleden worden de genotypen genoemd. Deze genotypen worden aangeduid met genotype 1 tot en met 4.

Standaard behandeling van hepatitis C
De standaardbehandeling van hepatitis C bestaat op dit moment uit een combinatie van verschillende medicijnen:

  • Peginterferonen
    Peginterferonen zijn medicijnen die het eigen afweersysteem stimuleren en de virusdeling afremmen. Het hepatitis C virus wordt hierdoor onderdrukt. Deze medicijnen worden via injecties toegediend en hebben vaak vervelende bijwerkingen. Daarom zijn ze niet voor iedereen geschikt. De behandeling is langdurig. Peginterferonen kunnen ervoor zorgen dat het virus uit het lichaam verdwijnt, zodat u geneest.
  • Het antivirale middel Ribavirine in de vorm van tabletten of capsules
    Het doel van de behandeling is om het hepatitis C virus volledig uit het bloed en het lichaam te laten verdwijnen zodat verdere leverschade wordt voorkomen. Helaas is de behandeling niet bij iedereen succesvol. Afhankelijk van het effect van de behandeling kan de behandelend arts besluiten de behandeling te verkorten of juist te verlengen. Als een eerder kuur geen effect heeft gehad, kan de arts voorstellen om opnieuw te starten met een nieuwe en vaak langdurige behandeling met perinterferonen in combinatie met Ribavirine. Soms kan de combinatie van deze kuur alsnog succesvol zijn.

Terug

Bron: MLDS

NZG Medisch Informatie

NZG Nieuwsoverzicht Medisch