NZG Longkanker

Longkanker is een verzamelnaam voor een aantal kwaadaardige tumoren uitgaande van de longen. De belangrijkste typen zijn: bronchuscarcinoom, niet-kleincellig longcarcinoom, in het Engels: Non-Small Cell Lung Cancer (NSCLC), plaveiselcelcarcinoom, adenocarcinoom, grootcellig ongedifferentieerd carcinoom of kleincellig carcinoom.

Het mesothelioom is geen longkanker maar een tumor uitgaande van het longvlies. Deze ontstaat met name na blootstelling (tientallen jaren eerder) aan asbest. Daarnaast vindt men in de longen vaak tumoren die zijn uitgezaaid van andere plaatsen, bijvoorbeeld prostaat- of borstkanker. Een pancoasttumor is een vorm van longkanker waarbij de tumor zich hoog in de longtop bevindt. De term pancoasttumor zegt niets over het type longkanker, maar alleen over de plaats waar de tumor zich bevindt.

Slechts een klein percentage (minder dan 25 procent) van de patiënten met longkanker komt in aanmerking voor een operatie. Hierbij wordt een deel van een long of een gehele long weggenomen. Vaak is operatie niet meer mogelijk omdat pas in een laat stadium klachten ontstaan. De ziekte is dan vaak al uitgezaaid naar de lymfklieren of naar andere organen. Een operatie heeft dan veelal geen zin meer.

Bij ongeveer de helft van de patiënten komt de ziekte na een operatie binnen 5 jaar terug. De vooruitzichten zijn in het algemeen slecht. Na het stellen van de diagnose overlijdt zo'n 60 procent van de patiënten binnen een jaar, 80 procent binnen 2 jaar en 90 procent binnen 4 jaar. De vijfjaars-overleving van alle soorten longkanker samen ligt op minder dan 10 procent.

Inhoud
Algemeen
Oorzaken
Verschijnselen
Diagnose
Behandeling

Oorzaken
Actief roken

In de jaren vijftig werd door onderzoek van met name Sir Richard Doll aannemelijk gemaakt dat de belangrijkste oorzaak van longkanker roken is, vooral van sigaretten. In 87 procent van de gevallen van longkanker is roken de oorzaak. Roken werkt sterk risicoverhogend. Vrouwen die roken hebben ongeveer 12 keer zoveel kans op het krijgen van longkanker als vrouwen die nooit gerookt hebben.

Voor mannen is die kans zelfs 22 keer hoger. De latentietijd tussen roken en longkanker is gemiddeld twintig tot dertig jaar. Zo is de huidige daling van de sterfte aan longkanker bij mannen vooral het gevolg van de daling in het roken die al enkele decennia geleden is ingezet. Ook de duur van de blootstelling is van belang. Zo lijkt de duur van het roken een groter risico op het krijgen van longkanker te hebben dan het aantal gerookte sigaretten. Het risico neemt weer af als de blootstelling wordt weggenomen (dus als men stopt met roken).

Passief roken
Passief roken is meeroken door de rook van sigaretten (van de omgeving) in te ademen. Waarschijnlijk verhoogt het inademen van de rook van anderen ook het risico op longkanker. Mensen die zelf niet roken maar regelmatig blootgesteld worden aan passief roken hebben waarschijnlijk een 20 à 30 procent hogere risico om longkanker te krijgen dan mensen die niet roken en niet blootgesteld worden aan passief roken, naast een verhoogd risico op heel wat andere aandoeningen.

Kanker veroorzaakt door asbest
Ten gevolge van blootstelling aan asbest kan een kwaadaardige tumor van het borstvlies, mesothelioom, ontstaan. De kans op het ontstaan van deze vorm van kanker is afhankelijk van de duur van de blootstelling aan asbestvezels; naarmate de blootstelling aan asbestvezels groter is, neemt de kans om borstvlieskanker te krijgen, toe. De ernst van de ziekte is niet afhankelijk van de mate van blootstelling.

Bij longkanker als gevolg van asbestblootstelling kennen we latentietijden van 20 tot 30 jaar. Deze lange latentietijd maakt het moeilijk om uitspraken te doen over het aantal door asbest veroorzaakte gevallen van kanker. Geschat wordt dat asbestgerelateerde borstvlieskanker in Nederland ongeveer 350 keer per jaar voorkomt.

Verschijnselen
De symptomen verschillen per patiënt, klachten die veroorzaakt kunnen worden door longkanker zijn:

  • benauwdheid
  • hemoptoe (opgeven van bloed)
  • hoesten
  • afvallen, verminderde eetlust
  • slikklachten
  • heesheid
  • pijn
  • 'trommelstokvingers' verdikte uiteinden van de vingers en bolstaande nagels (ook wel druk op vingerriemen

Diagnose
Bij het vermoeden op longkanker zal de longarts de patiënt een aantal vragen stellen en hem/haar lichamelijk onderzoeken alsmede bloed, longfunctieonderzoek en een hartfilmpje afspreken. De longarts richt zich hierbij vooral op de algemene gezondheidstoestand en mogelijke symptomen veroorzaakt door de longkanker en de mogelijke uitzaaiingen ervan. Andere belangrijke onderzoeken zijn een röntgenfoto van de borstkast, CT en PET-scan van de borstkast en bovenbuik en een bronchoscopie.

Bij een bronchoscopie bekijkt de longarts de luchtwegen van binnen en kan indien mogelijk een klein stukje afwijkend weefsel worden weggehaald om de diagnose met zekerheid te stellen. Indien noodzakelijk om de diagnose op een andere manier vast te stellen of om uitzaaiingen op te sporen kan de longarts besluiten andere onderzoeken te laten verrichten, bijvoorbeeld een longpunctie of een mediastinoscopie (kijkoperatie achter het borstbeen in de bovenste borstkast om lymfeklieren te onderzoeken). Via de zogenaamde longstraat worden allerlei onderzoeken verwerkt.

Behandeling
De meest toegepaste behandelingen bij longkanker zijn:

  • operatie, waarbij een longkwab wordt verwijderd (lobectomie) of een gehele long wordt verwijderd (pneumonectomie) (chirurgie)
  • bestraling (radiotherapie)
  • chemotherapie (behandeling met celdelingremmende medicijnen)

Het is gebruikelijk dat mensen met longkanker een combinatie van de genoemde behandelmethoden krijgen. De keuze en de volgorde van de verschillende behandelingen is onder meer afhankelijk van de kenmerken van de tumor, het stadium van de ziekte en van de leeftijd waarop longkanker wordt geconstateerd.

Terug

Bron: LMNG / Wikipedia

NZG Medisch Informatie

NZG Nieuwsoverzicht Medisch