NZG Ziekte van Alzheimer

De ziekte van Alzheimer is een aandoening waarbij de cellen in bepaalde delen van de hersenen niet meer goed functioneren en zelfs afsterven. Patiënten die lijden aan de ziekte van Alzheimer krijgt te maken met een geleidelijke achteruitgang. In eerste instantie zijn er alleen denk- en geheugenstoornissen, maar na verloop van tijd worden de symptomen erger.

De ziekte begint meestal na het 70e levensjaar, maar kan ook op jongere leeftijd ontstaan. Alzheimer kan nog niet genezen worden, maar er zijn wel medicijnen die het ziekteproces kunnen vertragen. Ook kan de ziekte vertraagd worden door de patiënt actief en in goede lichamelijke conditie te houden.

De ziekte van Alzheimer is een vorm van dementie. In 60 tot 70 procent van de gevallen van dementie, is er sprake van Alzheimer. Dementie zelf is geen ziekte, maar een verzameling van symptomen die erop wijzen dat het geestelijk functioneren langzaam minder wordt. Het eerste verschijnsel is meestal vergeetachtigheid, vooral het korte termijn geheugen. Vroegere herinneringen blijven juist langer bewaard, zij het niet meer zo gedetailleerd.

Inhoud
Oorzaken
Verschijnselen
Diagnose
Behandeling

Oorzaken
De belangrijkste risicofactor voor het krijgen van de ziekte van Alzheimer is leeftijd. Vooral ouderen boven de 70 jaar hebben een grote kans op het krijgen van Alzheimer. Daarnaast is de kans op Alzheimer ook iets verhoogd als een eerstegraads familielid (vader, moeder, broer, zus) de ziekte heeft.

Als de ziekte van Alzheimer bij meerdere familieleden voorkomt, is er sprake van een familiaire vorm van Alzheimer. Dit wil nog niet zeggen dat deze vorm van Alzheimer erfelijk is, het kan ook zijn dat deze familieleden aan dezelfde omgevingsfactoren zijn blootgesteld geweest. Er wordt op dit moment nog naarstig gezocht naar de precieze oorzaak van de ziekte van Alzheimer. Er zijn al veel puzzelstukjes bekend, maar het is nog geen eenduidig verhaal.

Wel is bekend dat door de ziekte van Alzheimer zenuwcellen in de hersenen (neuronen) afsterven. Daarbij spelen plaques een essentiële rol. Plaques zijn ophopingen van het eiwit amyloid tussen de zenuwcellen. Door die ophopingen kunnen de zenuwcellen niet meer met elkaar communiceren. Ook ontstaan er afwijkingen in de zenuwcellen zelf. Deze afwijkingen worden ook wel tangles (klitten) genoemd. Dit omdat ze eruitzien als een kluwen van draadvormige eiwitten.

De schade aan de hersencellen ontstaat waarschijnlijk doordat het lichaam met een ontstekingsreactie reageert op de aanwezigheid van de plaques. Het afweersysteem probeert de plaques onschadelijk te maken met giftige stoffen. Dat lukt helaas niet, maar het tast op den duur wel de zenuwcellen aan. Eerst functioneren die niet goed meer. En na verloop van tijd sterven ze zelfs helemaal af.

Verschijnselen
Het verloop van de ziekte kan van persoon tot persoon sterk verschillen wat betreft aard, ernst en tempo van het dementeringsproces. Over het algemeen ontwikkelt de ziekte zich heel geleidelijk, in het begin vaak zelfs onopgemerkt. Meestal begint Alzheimer na het 70e levensjaar, maar het kan ook op jongere leeftijd beginnen. Bij jonge patiënten is het verloop van de ziekte in het algemeen sneller.

De verschijnselen bij de ziekte van Alzheimer zijn in te delen in 3 fases: de begingase, de middenfase en de eindfase. Bij het ernstiger worden van de verschijnselen, neemt ook de afhankelijkheid van de patiënt steeds sterker toe.

Beginfase
In het begin ontstaan er vooral problemen met het korte termijn geheugen. Onthouden wat je net gezien en gehoord hebt wordt moeilijker en ook het leren van nieuwe dingen.

Alles waar je je hoofd bij moet gebruiken gaat meer inspanning kosten: een gesprek volgen, plannen maken, dingen op een rijtje zetten, problemen oplossen en beslissingen nemen. Maar ook iets simpels als televisie kijken gaat meer inspanning vergen.

Geleidelijk aan vinden er karakterveranderingen plaats. Soms onopvallend: iemand is steeds meer met zichzelf bezig en het sociale gedrag neemt af. Het kan ook opvallender: mensen worden plotseling achterdochtig, aggressief of juist erg onverschillig.

Middenfase
Geleidelijk aan belandt de patiënt in de middenfase. Hierbij ontstaan er ook stoornissen in het lange termijn geheugen. Informatie die al langer in het geheugen zit, blijft het langst aanwezig. Maar in de middenfase van het dementeringsproces valt ook het verre verleden weg. De patiënt is dan ook zijn jeugdjaren vergeten.

Oriëntatiestoornissen beginnen met niet meer goed weten welke dag, maand of jaar het is. Ook het verlies van tijdsgevoel treedt op. Dit wordt gevolgd door niet meer weten waar je bent, wie de mensen om je heen zijn (inclusief familie en vrienden) tot aan het moment dat je niet meer weet wie je zelf bent en hoe je leven zich heeft voltrokken.
Ook treedt er afasie op: problemen op met het gebruik van de taal, meestal beginnend met spraak- en schrijfmoeilijkheden. Later wordt ook het taalbegrip minder.

Een ander problemen is agnosie, waarbij je voorwerpen en geluiden om je heen niet meer herkent en niet meer waar ze voor dienen. Ook apraxie treedt op: niet meer weten hoe bepaalde handelingen uitgevoerd dienen te worden of in welke volgorde ze uitgevoerd moeten worden.

In deze fase ontstaan er ook problemen bij het denken. Patiënten weten vaak niet meer goed weten wat gepast is en ze beoordelen situaties vaak verkeerd. Uitkleden in gezelschap of bang zijn voor de televisie komen vaak voor. De patiënt ziet zelf vaak niet in dat hij of zij ziek is.

Soms ook treden er stemmingswisselingen op, waarbij de patiënt eerst heel kwaad wordt maar even later weer heel aardig is. De patiënt heeft zijn of haar emoties niet meer goed in de hand. Ook het dag/nachtritme wordt verstoord: vooral 's nachts zijn Alzheimer-patiënten onrustig.

De laatste categorie problemen zijn lichamelijke problemen. Deels hangen deze problemen ook samen met de ouderdom, maar de Alzheimer-patiënt gaat ook achteruit als gevolg van de ziekte. Vermagering, vermoeidheid, incontinentie en vermindering van de spierkracht zijn veelvoorkomende problemen.

Eindfase
In de eindfase van de ziekte van Alzheimer is de patiënt geheel afhankelijk. Hij of zij wordt bedlegerig en praat niet meer, is de controle over het lichaam kwijt en heeft vaak last van lichamelijke complicaties. De onrust van de middenfase is veranderd in slapen of doezelen en ook kan de hersenbeschadiging epilepsieachtige klachten veroorzaken.
In de laatste fase is de patiënt bijna geheel hulpbehoevend.

Diagnose
Het stellen van de diagnose verloopt in stappen. Allereerst moet vastgesteld worden of er sprake is van dementie. Hierbij moeten er naast geheugenstoornissen, ook andere cognitieve problemen aanwezig zijn.

Nadat de huisarts de diagnose dementie heeft vastgesteld, zal hij vaak verwijzen naar een specialistische instelling. Hier gaat men proberen om de oorzaak van de verschijnselen te achterhalen. Voorbeelden van gespecialiseerde instellingen zijn de geheugenpolikliniek, de afdeling neurologie van een ziekenhuis, een psychiatrisch centrum of de afdeling ouderen van een GGZ-instelling.

De werkwijze verschilt onderling nogal, maar over het algemeen zal er uitgebreid lichamelijk en psychologisch onderzoek plaatsvinden, aangevuld met laboratoriumonderzoek. Ook neuropsychologisch en psychiatrisch onderzoek kunnen gedaan worden.

Behandeling
De oorzaak van Alzheimer is nog niet volledig bekend, en het is dan ook niet mogelijk om de oorzaak te behandelen. Behandeling richt zich daarom op het bestrijden en verminderen van de verschijnselen van de ziekte. Er zijn verschillende medicijnen die het dementeringsproces kunnen vertragen, maar deze werken niet bij iedereen.

Het verminderen van de verschijnselen moet overigens niet onderschat worden. Verschijnselen als argwaan, waanbeelden en geen begrip meer hebben van tijd en plaats, kunnen zeer beangstigend en zelfs gevaarlijk zijn voor patiënten. Depressiviteit kan behandeld worden met specifieke medicijnen tegen depressie.

Terug

Bron: Levenmetalzheimer.nl

NZG Medisch Informatie

NZG Nieuwsoverzicht Medisch