NZG Levercirrose

Levercirrose is het gevolg van een chronische leverziekte. Men spreekt van levercirrose wanneer leverweefsel zo erg beschadigd is dat het niet meer kan herstellen. Leverweefsel kan beschadigen door een infectie een vergiftiging of een ziekte. Hierdoor gaan levercellen ontsteken en vervolgens sterven ze af. De afgestorven levercellen worden vervangen door littekenweefsel. De lever is zo steeds minder in staat om zijn functies uit te voeren. Om dit functieverlies zoveel mogelijk op te vangen, gaan gezonde levercellen zich delen.

Bij beginnende cirrose kan de lever dan ook groter worden. In een later stadium wordt de lever juist weer kleiner. Levercirrose is een proces dat zich steeds verder uit kan breiden. Het is erg belangrijk om het proces van levercirrose stop te zetten. In principe is de lever een groot orgaan, met veel reservecapaciteit. Maar als er teveel gezond leverweefsel is verdwenen, ontstaan ernstige problemen.

Er zijn drie stadia van levercirrose. Stadium A is het beginstadium. Dit stadium is in principe nog omkeerbaar. Dit betekent dat de littekenvorming langzaam minder wordt als de achterliggende oorzaak van de leverziekte wordt weggenomen. Stadium B is ernstiger en stadium C is zeer ernstig. Beide stadia zijn niet omkeerbaar. In een vergevorderd stadium is een levertransplantatie de enige mogelijke behandeling en de enige kans op genezing.

Inhoud
Oorzaken
Verschijnselen
Diagnose
Behandeling

Oorzaken
Levercirrose kan ontstaan als gevolg van vrijwel elke chronische leverziekte.

De meest voorkomende chronische leverziekten die kunnen leiden tot levercirrose zijn:

  • Chronische leverbeschadiging door langdurig alcoholgebruik
  • Hepatitis B en C
  • Auto-immuun hepatitis
  • Primaire Biliaire Cirrose
  • Primaire Scleroserende Cholangitis
  • Chronische hepatitis door vetstapeling in de lever
  • Hemochromatose

Verschijnselen
Levercirrose ontstaat langzaam en patiënten hebben in het beginstadium vaak niet of nauwelijks klachten. Wanneer de lever steeds meer beschadigd raakt kan men de volgende klachten krijgen:

  • Misselijkheid en braken
  • Verminderde eetlust en gewichtsverlies
  • Algehele zwakte en vermoeidheid
  • Buikpijn
  • Geelzucht; het geel zien van de huid en het oogwit
  • Jeuk
  • Kleine ‘spinvormige' bloedvaatjes op de borst en bovenarmen (spider naevi)
  • Donkere plekken in het gezicht en rode handpalmen
  • Stoppen van de menstruatie bij vrouwen
  • Borstvorming en impotentie bij mannen

Complicaties bij ernstige levercirrose
Als de lever bij ernstige levercirrose zijn functie niet goed meer kan uitoefenen, kunnen er ernstige problemen ontstaan. Levercirrose kan verhoogde druk in de bloedvaten van de lever geven. Hierdoor ontstaat er stuwing in de bloedvaten van de lever en de darmen. Door de stuwing in de bloedvaten neemt de druk op de poortader toe. De poortader is het bloedvat dat bloed naar de lever aanvoert. De toenemende druk in de poortader wordt ‘portale hypertensie' genoemd.

Als er sprake is van portale hypertensie kunnen de volgende klachten ontstaan:

  • Spataderen in slokdarm of maag. Door de toegenomen druk in de poortader zoekt het bloed een uitweg naar andere bloedvaten. Zo ontstaan spataderen in slokdarm of maag. Deze kunnen levensgevaarlijke bloedingen veroorzaken.
  • Vochtophoping in de buikholte (ascitis). Door de hoge druk kan vocht vanuit de bloedvaten in de buikholte terechtkomen.
  • Een vergrote milt. Door de hoge bloeddruk in de lever stroomt er meer bloed door de milt. Hierdoor kan op den duur een vergrote milt ontstaan.

Levercirrose kan in een vergevorderd stadium leiden tot leverkanker. Regelmatige controle is daarom belangrijk.

Diagnose
De diagnose kan gesteld worden aan de hand van (een combinatie van) onderstaande onderzoeken:

  • Bloedonderzoek
    Bloedonderzoek naar de leverfuncties geeft een beeld van de ernst van de cirrose en hoe deze zich ontwikkelt.
  • Echografie
    Met een echografie ziet de arts of er afwijkingen zijn in de lever. Een echografie is een eenvoudig onderzoek dat geen pijn doet.
  • Leverpunctie of leverbiopsie
    De leverpunctie is een onderzoek waarbij de arts, onder plaatselijke verdoving, een holle naald via de buikwand in de lever brengt. Hiermee neemt hij een klein stukje weefsel (biopt) van de lever weg. Het biopt wordt vervolgens onder de microscoop onderzocht. Op deze manier kan de arts vaststellen of er sprake is van een ontsteking en/of cirrose. Ook de aard van de ontsteking en het stadium van de cirrose of andere leverziekte kan zo vastgesteld worden.
  • Echogeleide leverbiopsie of leverpunctie.
    Soms wordt een lever punctie gedaan in combinatie met een echografie. De arts kan dan op het beeldscherm zien waar de naald precies ingebracht moet worden. 
  • CT-scan.
    Met een CT-scan kan de arts afwijkingen aan de lever opsporen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van röntgenstralen. De scanner maakt een serie gedetailleerde foto's van de lever. Meestal wordt van te voren contrastvloeistof in een ader gespoten, zodat de afbeeldingen duidelijker worden.
  • MRI-scan.
    Dit onderzoek lijkt op een CT-scan. In plaatst van röntgenstralen wordt een sterk magnetisch veld gebruikt. Meestal krijgt men voor het onderzoek contrastvloeistof in een ader gespoten. De scanner maakt een serie gedetailleerde opnames van de lever.
  • Gastroscopie.
    Een gastroscopie wordt gedaan als de arts denkt dat u spataderen in uw slokdarm of maag hebt. Tijdens het onderzoek kan de arts de binnenkant van uw maag en slokdarm bekijken. De arts kan tijdens het onderzoek eventueel kleine ingrepen uitvoeren, zoals het afbinden van spataderen in de slokdarm met elastiekjes en/of het inspuiten van spataderen om ze te vernauwen.

Behandeling
Levercirrose is niet te genezen. Het is een onomkeerbaar proces. Dat wil zeggen dat de aangerichte schade aan de lever onherstelbaar is. De lever is een groot orgaan, met veel reservecapaciteit. Het is dus van groot belang om het proces van levercirrose tot stilstand te brengen. Wanneer een deel van de lever gezond is en blijft, kan men soms goed verder leven.

Dit is uiteraard afhankelijk van hoe groot het resterende, gezonde deel van de lever is. Wanneer de oorzaak van de levercirrose bekend is, kan de arts soms deze oorzaak behandelen. Voorbeelden hiervan zijn Hepatitis B of C, deze kunnen soms behandeld worden met medicijnen. Als de ziekte geneest stopt de vorming van nieuw littekenweefsel.

Levertransplantatie
Wanneer een te groot deel van de lever beschadigd is, is een levertransplantatie de enige mogelijkheid. Dit is echter een ingrijpende operatie, met een grote kans op complicaties.

Behandeling van de complicaties van levercirrose
Soms is het mogelijk om complicaties als gevolg van levercirrose te behandelen. Dit kan de klachten verminderen.

  • Patiënten met levercirrose zijn gevoeliger voor infecties. Bij een infectie kan een arts antibiotica voorschrijven.
  • Als er vochtophoping in de buikholte ontstaat (ascitis) kan de arts vocht afdrijvende medicijnen voorschrijven (plastabletten). Dit wordt gecombineerd met een zoutbeperkt dieet.
  • Verwardheid of sufheid kan soms behandeld worden met medicijnen.
  • Slokdarmspataderen en spataderen in de maag kan de arts soms endoscopisch behandelen. Tijdens een gastroscopie kan de arts medicijnen in of naast de spatader spuiten, waardoor de ader vernauwt. Ook kan de arts tijdens een gastroscopie proberen de spatader af te binden met elastiekjes.
  • Jeukklachten kunnen met medicijnen behandeld worden. De Nederlandse Leverpatiëntenvereniging heeft op de website tips staan die jeuk kunnen verminderen.

Terug

Bron: MLDS

NZG Medisch Informatie

NZG Nieuwsoverzicht Medisch