NZG Maagkanker

De diagnose ‘maagkanker' wordt jaarlijks bij ongeveer 1900 Nederlanders gesteld. Maagkanker komt twee keer vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. In de meeste gevallen gaat om mensen die ouder zijn dan 60 jaar. Maagkanker komt tegenwoordig minder voor in de westerse wereld. Dit heeft te maken met de ontdekking en mogelijke behandeling van de Helicobacter pylori bacterie.

Inhoud
Oorzaken
Verschijnselen
Diagnose
Behandeling

Oorzaken
De precieze oorzaak van maagkanker is onduidelijk. Maagkanker kan ontstaan uit een poliep. Dat is een woekering van het maagslijmvlies. De meeste poliepen zijn goedaardig en blijven dat ook altijd. Sommige poliepen kunnen echter uitgroeien tot maagkanker. Dit zijn meestal de adenomateuze poliepen, die ontstaan uit klierweefsel.

Chronische maagslijmvliesontsteking
Maagkanker kan mogelijk ook ontstaan als gevolg van een chronische ontsteking van het maagslijmvlies. Een chronische maagslijmvliesontsteking kan veroorzaakt worden door een langdurige infectie met de Helicobacter pylori bacterie. De chronische ontsteking kan op den duur overgaan in een blijvende verandering van het maagslijmvlies. Hieruit kan mogelijk een kwaadaardige tumor ontstaan.

Risicofactoren op het ontstaan van maagkanker
Er zijn een aantal risicofactoren bekend die de kans op maagkanker vergroten. Deze risicofactoren zijn:

  • Roken
  • Overmatig alcoholgebruik
  • Een langdurige infectie met de Helicobacter pylori bacterie
  • Een ongezonde en eenzijdige voeding; met name het eten van weinig groente en fruit kan de kans op maagkanker vergroten.
  • Een eerdere maagoperatie, waarbij een deel van de maag is verwijderd.
  • Een hoge consumptie van gerookte en in zout ingelegde voedingsmiddelen lijkt de kans op maagkanker te vergroten.

Erfelijkheid
Bij ongeveer 3-5 procent van alle patiënten met maagkanker speelt erfelijkheid een rol. Er zijn verschillende erfelijke aandoeningen waarbij onder andere maagkanker kan ontstaan. Voorbeelden hiervan zijn het Peutz-Jeghers Syndroom en Familiaire Adenomateuze Polyposis.

Verschijnselen
De klachten zijn afhankelijk van de plaats van de tumor. In het beginstadium geeft maagkanker meestal niet of nauwelijks klachten. Klachten die bij maagkanker kunnen voorkomen zijn:

  • Verminderde eetlust en een afkeur voor voedsel met een sterke geur, zoals koffie, gebraden vlees en bepaalde kruiden.
  • Onverklaarbaar gewichtsverlies
  • Snel een vol gevoel hebben na het eten of het idee hebben dat voedsel de maag niet kan passeren.
  • Pijn in de bovenbuik en/of in de buurt van het borstbeen
  • Misselijkheid
  • Regelmatig braken of het braken van (kleine beetjes) bloed
  • Brandend maagzuur en oprispingen
  • Duizeligheid en vermoeidheid door bloedarmoede. Bloedarmoede ontstaat door langdurig bloedverlies uit de maag. Dit bloedverlies is vaak lastig op te merken. Soms is bloedverlies uit de maag te herkennen aan een pikzwarte, teerachtige ontlasting.

Deze klachten hoeven niet op maagkanker te wijzen. Ze kunnen ook een andere oorzaak hebben

Diagnose

  • Gastroscopie
    De diagnose 'maagkanker' wordt meestal gesteld door middel van een kijkonderzoek van de maag (gastroscopie). Dit onderzoek gebeurt met behulp van een endoscoop. Een endoscoop is een flexibele slang, waarop een kleine videocamera een lampje zijn bevestigd. De arts brengt de endoscoop via de mond en slokdarm in de maag. Zo kan hij de binnenkant van de maag goed bekijken. Tijdens een gastroscopie kan de arts kleine hapjes weefsel (biopten) wegnemen. Deze biopten worden vervolgens in het laboratorium onderzocht. Op die manier kunnen kwaadaardige cellen aangetoond worden. De diagnose kan dan pas met zekerheid gesteld worden.
  • Bloedonderzoek
    Met bloedonderzoek kan onder andere bloedarmoede worden vastgesteld. Bij maagkanker kan dit ontstaan als gevolg van langdurig bloedverlies uit de maag. De uitslag van het bloedonderzoek geeft de arts belangrijke informatie over de lichamelijke conditie. Bloedonderzoek kan geen maagkanker aantonen. Als de diagnose ‘maagkanker' is gesteld, moet vervolgens het stadium van de ziekte vastgesteld worden. Het is belangrijk dat dit goed gebeurt, omdat het stadium voor een groot deel bepaald welke behandeling men krijgt.
  • CT-scan of computertomografie
    Het vaststellen van het stadium gebeurt meestal door middel van beeldvormend onderzoek. Een CT-scan is een beeldvormend onderzoek waarbij röntgenstralen en (meestal) contrastvloeistof gebruikt wordt. De scanner maakt een serie gedetailleerde foto's van de maag en vaak ook van de lever. Op de foto's is te zien hoe groot de tumor is en of deze is doorgegroeid naar de omliggende organen. Ook kan men zien of er uitzaaiingen zijn naar andere delen van het lichaam.
  • Endo-echografie
    Een endo-echografie is een inwendige echo, die wordt uitgevoerd tijdens een gastroscopie. Het onderzoek wordt ook wel kort een endo-echo genoemd. Aan het uiteinde van de endoscoop zit een klein echoapparaat. Hiermee wordt de maag en de omgeving van de maag van binnenuit in beeld gebracht. De arts kan met dit onderzoek vaststellen hoe ver de tumor door de maagwand is gegroeid. Tijdens de endo-echo kan de arts ook biopten nemen. Voor een endo-echo moet men nuchter zijn. Het onderzoek gebeurt vaak onder een roesje.

Behandeling
Aan de hand van de uitslagen van de onderzoeken bepaalt de arts welke behandeling mogelijk is. Hierbij speelt ook leeftijd en conditie een belangrijke rol. De arts zal de behandeling(en) uitvoerig met de patiënt bespreken.

Afhankelijk van het stadium van de ziekte zijn er verschillende behandelingen mogelijk.

  • Curatieve behandeling
    Een curatieve behandeling is een behandeling die gericht is op genezing. Hierbij kan de chirurg de tumor en het omliggende weefsel verwijderen. Bij maagkanker maakt een operatie altijd onderdeel uit van een curatieve behandeling. Soms wordt een operatie gecombineerd met andere (aanvullende) behandelingen.
  • Palliatieve behandeling
    Een palliatieve behandeling is bedoeld om de ziekte zoveel mogelijk af te remmen en de klachten te verminderen. Een palliatieve behandeling kan bestaan uit een operatie, chemotherapie of bestraling of een combinatie van deze behandelingen.

Een operatie is de meest voorkomende behandeling bij maagkanker. Het is soms voor de operatie niet te zeggen of de operatie curatief zal zijn. De arts ziet tijdens de operatie of de tumor en eventuele uitzaaiingen geheel te verwijderen zijn.

Operatie
Bij een operatie zal de chirurg de tumor proberen te verwijderen, samen met een deel van het omringde weefsel. Bij een curatieve behandeling zal de chirurg ook een aantal lymfeklieren wegnemen. Als de tumor in de alvleesklier, lever of dikke darm is gegroeid zal de chirurg soms ook een deel van deze organen wegnemen. Er bestaan verschillende operatietechnieken.

Afhankelijk van de plaats en de grootte van de tumor zijn de volgende operaties mogelijk:

  • Cardiaresectie
    Operatie waarbij de chirurg het bovenste deel van de maag (cardia) verwijdert. Tijdens deze operatie wordt ook het onderste deel van de slokdarm verwijderd. De chirurg maakt een soort buis van het onderste deel van de maag. Deze maakt hij vast aan het bovenste deel van de slokdarm zodat de verbinding tussen slokdarm en maag weer is hersteld.
  • Distale maagresectie
    Operatie waarbij de chirurg het onderste deel van de maag (het distale deel) verwijdert. Tijdens deze operatie wordt ook het eerste deel van de twaalfvingerige darm verwijderd. Dit is het deel van de dunne darm dat direct na de maag begint. De dunne darm wordt op het resterende deel van de maag aangesloten.
  • Totale maagresectie
    Een operatie waarbij de chirurg de hele maag verwijdert. Bij deze operatie wordt ook het eerste deel van de twaalfvingerige darm weggenomen. Vervolgens maakt de chirurg een nieuwe verbinding tussen de slokdarm en het verderop gelegen stuk dunne darm. Tijdens de operatie beslist de chirurg welke verbindingstechniek hij hierbij zal gebruiken.

Chemotherapie
Chemotherapie is een behandeling met kankerremmende medicijnen. Deze medicijnen worden ook wel cytostatica genoemd. Chemotherapie remt de celdeling, waardoor de groei van de tumor wordt afgeremd. Chemotherapie is een niet-lokale behandeling. Dat betekent dat de behandeling is gericht tegen kankercellen in het gehele lichaam. Chemotherapie wordt daarom meestal geadviseerd als er (mogelijk) uitzaaiingen zijn.

Steeds vaker wordt vóór de operatie chemotherapie gegeven. Men wil daarmee de eventuele zeer kleine uitzaaiingen vernietigen en de tumor verkleinen. Men kan medicijnen krijgen via een infuus of via tabletten.

Bestraling
Bestraling is een behandeling waarbij de tumor wordt bestraald met radioactieve stralen. Cellen raken hierdoor beschadigd en gaan dood. De straling wordt zo precies mogelijk gericht op de tumor, zodat gezonde cellen gespaard worden. Bestraling kan in combinatie met een operatie en chemotherapie gegeven worden. Ook kan het gebruikt worden als palliatieve behandeling om de klachten te verminderen.

Het plaatsen van een stent
Als de tumor in het bovenste deel van uw maag zit en een operatie niet mogelijk is, kan de arts een stent plaatsen. Dit zal de arts doen als u problemen krijgt met het passeren van voedsel van de slokdarm naar de maag. Dit is een palliatieve behandeling. Een stent is een buisje dat tijdens een gastroscopie in de maag wordt geschoven. Een stent zorgt ervoor dat voedsel weer kan passeren. De stent wordt op de hoogte van de tumor vast gezet.

Terug

Bron: MLDS

NZG Medisch Informatie

NZG Nieuwsoverzicht Medisch