Normal_14102834850107_1

(Novum) - De relatie tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is 'historisch verklaarbaar', maar 'te intens' geworden. Dat heeft minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Edith Schippers (VVD) dinsdagavond gezegd tijdens een debat in de Tweede Kamer.

"De NZa is onafhankelijk en staat op afstand van het ministerie en dat is ook nodig. Maar alles overwegende vind ik dat het beter kan", aldus Schippers in een reactie op het rapport van de commissie-Borstlap. Daarin wordt stevige kritiek geuit op de relatie tussen het ministerie en de zorgautoriteit.

Volgens de bewindsvrouw zijn uit het rapport voor zowel het ministerie als de NZa lessen te trekken. "We moeten de NZa veel meer op afstand krijgen, willen we de rollen goed kunnen spelen. Daarvoor moeten we een stap terug zetten", aldus Schippers.

De minister wil dat de samenwerking in de toekomst transparanter wordt. "Zodat helder wordt wat de input van VWS is en hoe de besluitvorming van de NZa tot stand komt." Ook wil ze dat er een protocol wordt opgesteld waarin 'duidelijke kaders' voor de onderlinge omgang worden vastgelegd.

Het informatiestatuut, waarin nu afspraken zijn vastgelegd over de uitwisseling van informatie tussen beide partijen, wordt grondig herzien. "Het hindert het functioneren van de NZa en de samenwerking. Het moet eenvoudiger."

Daarnaast gaat Schippers de fundamentele taken van de zorgautoriteit herzien op hun positionering. Ze doelt daarmee op de dubbele taak die de NZa heeft, namelijk het opstellen en controleren van de regels voor ziekenhuizen en zorgverzekeraars. De minister gaf vorige week al aan zich te beraden op het advies van de commissie-Borstlap om die taken op te splitsen.

De bewindsvrouw zei verder dat de zorgautoriteit het bezwaarschrift van klokkenluider Arthur Gotlieb 'onvoldoende' heeft beoordeeld. "Mogelijk is het in eerste instantie niet grondig gelezen. Dat vind ik een slechte zaak."

Schippers stelde dat de NZa met het zwartboek, waarin Gotlieb misstanden bij zijn werkgever aan de kaak stelt, bij haar had moeten komen. In plaats daarvan moest ze het bestaan van het boekwerk vernemen via de media. ''Ze hebben niet bij mij aan de bel getrokken en dat vind ik niet goed. Het is heel treurig.''