Voorzichtige stijging in voorschrijven van hormoontherapie bij overgangsklachten
Het voorschrijven van hormoonmedicatie voor overgangsklachten neemt toe, met name sinds huisartsenrichtlijnen zijn aangepast. Onder meer klachten zoals opvliegers, nachtelijk zweten en stemmingswisselingen vormen steeds vaker aanleiding voor behandeling. Dit meldt de NOS.
Richtlijnen en praktijk veranderen
Sinds 2022 is in de NHG‑Standaard “De overgang” meer ruimtegemaakt voor het gebruik van hormoontherapie bij hinderlijke klachten. Artsen wegen sindsdien vaker de individuele omstandigheden af, zoals de ernst van symptomen, leeftijd, en gezondheidsrisico’s. Niet-hormonale behandelingen worden vooral ingezet als hormoontherapie niet mogelijk is of de patiënt dit liever wil.
Hoeveel vrouwen maken gebruik van hormonen?
In de groep vrouwen tussen ongeveer 40 en 60 jaar is het aantal gebruikers van hormoontherapie duidelijk toegenomen. Het aandeel dat deze medicatie gebruikt blijft echter klein ten opzichte van het aantal vrouwen met overgangsklachten. De toename wordt onder meer verklaard doordat meer vrouwen met klachten naar hun huisarts gaan en beter geïnformeerd zijn over behandelopties.
Belangrijke aandachtspunten en voorzorgsmaatregelen
Hormoontherapie blijft maatwerk. Het risico‑profiel van elke vrouw wordt bekeken, zeker bij voorgeschiedenis van bijvoorbeeld borstkanker of andere gezondheidsproblemen. Daarnaast wordt onderzocht hoe lang de therapie nodig is om optimaal effect te bereiken, en hoe bijwerkingen zoveel mogelijk beperkt kunnen worden. Leefstijl, voeding, slaap en psychosociale ondersteuning spelen daarbij ook een rol.