Voorafgaande gezondheid bepaalt kwaliteit van leven na IC-opname
Kwaliteit van leven na een opname op de intensive care hangt minder af van het medische herstel dan vaak gedacht. Hoe iemand zich fysiek en mentaal voelde vóór de opname, blijkt een veel grotere rol te spelen. Dit inzicht kan zorgverleners helpen de ondersteuning beter af te stemmen op de patiënt en diens naasten. Dit meldt het Radboudumc.
In Nederland overleeft jaarlijks 88 procent van de 70.000 IC-patiënten een opname. Toch ervaren velen langdurige klachten, zoals spierzwakte, vermoeidheid of angst. Deze gevolgen beïnvloeden niet alleen het dagelijks leven van de patiënt, maar ook dat van familie en naasten.
Kwaliteit van leven voor de opname
Lucy Porter onderzocht in het Radboudumc en Jeroen Bosch Ziekenhuis hoe kwaliteit van leven na een IC-opname kan worden voorspeld. Zij volgde ruim 4.000 patiënten van opname tot één jaar daarna en ontwikkelde voorspelmodellen die de ervaren kwaliteit van leven inschatten. “Uit die modellen blijkt dat kwaliteit van leven van vóór de opname een belangrijke factor is.” Het bespreken van de verwachtingen met patiënten en hun omgeving kan volgens Porter depressieve klachten bij naasten verminderen.
Kwaliteit van leven gaat verder dan fysieke of mentale herstelindicatoren. Porter benadrukt dat persoonlijke waarden, sociale omstandigheden en de mogelijkheid om beperkingen te accepteren minstens zo belangrijk zijn. “Elke dag de krant lezen in een fijne stoel kan voor de een kwaliteit van leven zijn, en voor de ander een flinke beperking”, licht ze toe.
Betere afstemming
De bevindingen hebben directe implicaties voor de zorgpraktijk. Door voorafgaand aan de opname inzicht te krijgen in de persoonlijke situatie van patiënten, kunnen zorgverleners gesprekken en behandelingen beter afstemmen. Zo wordt niet alleen medisch herstel, maar ook welzijn en leefkwaliteit optimaal ondersteund.