‘Vergoed systeemaanbieders jeugdzorg op basis van prestaties en niet op basis van type organisatie’
Wat te doen met zorgaanbieders die méér doen dan alleen jeugdhulp bieden, zoals opleiden, innoveren of kennis delen met andere organisaties? Binnen de jeugdzorg leidt dat al jaren tot discussie. Moeten deze extra taken worden betaald? En zo ja: door wie, en op welke manier? De Jeugdautoriteit (JA) onderzocht het vraagstuk en komt met een duidelijke richting: betaal op basis van geleverde prestaties, niet op basis van het type organisatie. Dit meldt JA.
De term ‘systeemaanbieder’ klinkt belangrijk, maar niemand weet precies wat het betekent. Een officiële definitie ontbreekt, en aanbieders en jeugdhulpregio’s gebruiken het woord anders. Die vaagheid leidt tot wrijving. Wanneer extra’s niet duidelijk zijn afgesproken, betaalt een regio soms voor werk dat niet geleverd wordt, of een aanbieder zet zich wél extra in maar krijgt daar niets voor terug.
Onderzoek: prestaties centraal stellen
De Jeugdautoriteit sprak jeugdzorgregio’s, aanbieders, het ministerie van Volksgezondheid, de NZa en VNG. Kern van de uitkomst: focus op wat er gedaan wordt, niet op wie het doet. Veel van deze extra taken door de zogenoemde systeemaanbieders overstijgen bovendien regio’s. Daarom pleit de JA voor landelijke of bovenregionale afstemming bij vergoeding van systeemfuncties – zoals kennisdeling of innovatie – zodat kosten eerlijk en overzichtelijk verdeeld worden. Aanbieders moeten daarbij volledig transparant zijn over die extra kosten. Regio’s moeten deze functies bewust meenemen tijdens inkoop, en idealiter apart vergoeden, niet verstopt in tarieven.
Heldere afspraken cruciaal
“Of de term ‘systeemaanbieder’ wel of niet gebruikt wordt, is voor dit onderzoek uiteindelijk niet van wezenlijk belang gebleken. Wat wél belangrijk is, is dat regio’s en aanbieders elkaar verstaan en goede afspraken maken over welke zorg en functies tegen welke prijs geleverd worden”, aldus JA-bestuurder Annemiek van der Laan. Vergoedingen dienen gekoppeld te zijn aan het soort prestaties en niet aan het soort organisatie dat de prestaties levert.