Minister Bruijn is negende minister op Q-koortsdossier, maar ging als eerste in gesprek
Demissionair minister Jan Anthonie Bruijn van Volksgezondheid ging in het provinciehuis van Den Bosch in gesprek met Q-koortspatiënten. Voor veel aanwezigen voelde het gesprek als een eerste vorm van erkenning. Bruijn is de negende minister op dit dossier en patiënten noemen dit gesprek een eerste stap van erkenning. Dit meldt NOS.
De Q-koortsepidemie brak in 2007 uit op een geitenhouderij in Herpen. Van de tienduizenden mensen die toen besmet raakten, kwamen minstens honderd te overlijden. Velen die Q-koorts overleefden, kampen nog altijd met ernstige klachten zoals chronische vermoeidheid. Patiënten vinden dat de overheid te lang te weinig heeft gedaan en dat de epidemie blijvend is genegeerd. “Mensen ervaren daar nog steeds pijn van”, zegt Caroline van Kessel van patiëntenorganisatie Q-uestion. Geitenhouders kregen destijds compensatie, maar patiënten bleven met lege handen ziek thuis zitten.”
Minister Bruijn noemde het gesprek “indringend”. “Daar zit verschrikkelijk veel pijn en emotie. Ik ben zelf al veertig jaar arts en ik weet hoe chronische ziektes, die soms moeilijk herkenbaar zijn, op allerlei manieren kunnen ingrijpen.”
Expertisecentrum Q-koorts en post-covid
De provincie Noord-Brabant werkt ondertussen aan de oprichting van een expertisecentrum voor mensen met langdurige klachten door Q-koorts en corona. Het centrum moet de kennis en zorg voor deze patiënten bundelen, zodat zij niet langer naar ziekenhuizen buiten de provincie hoeven te reizen. Ziekenhuis Bernhoven in Uden wordt genoemd als mogelijke locatie. De provincie wil financieel bijdragen aan de ontwikkeling van het centrum, omdat Brabant geen universitair ziekenhuis heeft en daardoor geen rijkssteun ontvangt.
Afbeelding: Arenda Oomen