Anticonceptie-apps populairder, maar artsen en gebruikers botsen
Anticonceptie-apps winnen terrein. Steeds meer vrouwen vertrouwen op hun telefoon om vruchtbare dagen te berekenen en zo zonder hormonen een zwangerschap te voorkomen. Gebruikers voelen zich er vrijer en beter geïnformeerd door. Tegelijk kijken veel zorgverleners juist met grote voorzichtigheid naar deze digitale hulpmiddelen. Medisch antropoloog Ellen Algera onderzocht die botsing tussen twee werelden en hoe die beter samen kunnen werken. Dit meldt de Universiteit van Amsterdam (UvA).
Volgens Algera kiezen steeds meer mensen bewust voor anticonceptie zonder hormonen. Zij combineren app-gegevens, zoals temperatuur en cycluslengte, met signalen van hun eigen lichaam.
Ze letten op emoties, pijn, stress of voeding en ervaren dat als waardevolle kennis. Het helpt hen hun cyclus te begrijpen en dichter bij hun lichaam te blijven. Ook speelt een bredere trend mee: gebruikers geven aan dat zij juist van hormonale anticonceptie af willen, omdat ze zich “minder zichzelf” voelen. Door hun cyclus te volgen via een app, zeggen veel vrouwen minder last te hebben van schaamte of het gevoel dat hun menstruatie een probleem is.
Andere blik op bijwerkingen
In de spreekkamer van de zorgprofessional gaat het er net iets anders aan toe. Daar zijn deze apps vaak niet in beeld, mede omdat zij vinden dat ze onvoldoende betrouwbaar of bewezen zijn. Ook zijn er twijfels of gebruikers deze methode consequent genoeg kunnen volhouden. “Huisartsen en andere zorgverleners richten zich vooral op het voorkomen van ongewenste zwangerschappen. Omdat het bewijs voor de betrouwbaarheid van vruchtbaredagenmethoden en apps beperkt is, en van wisselende kwaliteit, kiezen veel professionals voor een aanpak met zo min mogelijk risico’s”, legt Algera uit.
Dat leidt soms tot spanningen. Waar gebruikers hun gevoelens en ervaring centraal zetten, kijken zorgverleners vooral naar harde cijfers en meetbare risico’s. Waar artsen denken aan trombose, migraine of misselijkheid, vertellen gebruikers over klachten die moeilijker te vangen zijn: minder energie, minder plezier of het gevoel “niet zichzelf” te zijn. Daardoor voelen zij zich soms niet gehoord, zeker nu veel informatie online wordt opgezocht.
Beide groepen hebben waardevolle kennis
Volgens de onderzoekster hebben gebruikers en zorgverleners allebei waardevolle kennis, maar spreken ze elkaars taal niet. Daarom adviseert ze ook om breder te kijken dan alleen de vraag of een app betrouwbaar genoeg is. Gebruikers moeten goede uitleg krijgen over wanneer vruchtbaarheidsapps wél kunnen werken en in consulten moet meer ruimte komen voor ervaringen die niet direct meetbaar zijn. Zo ontstaat volgens haar meer vertrouwen én betere anticonceptiezorg voor iedereen.