Moeders keren na bevalling minder vaak terug naar werk dan gedacht
Uit onderzoek onder moeders die in 2016 zijn bevallen van eenling blijkt dat ruim 50 procent meer dan de helft minder ging werken en 12 procent zelfs helemaal stopte met werken. Senior epidemioloog Loes Bertens van het Erasmus MC stelt dat Nederland het op dit vlak niet zo goed doet als we denken. Want vaak lijkt het een vanzelfsprekendheid dat vrouwen na hun zwangerschap terugkeren naar betaald werk, maar dat is het niet altijd. Dit meldt het Erasmus MC.
In het eerste jaar na de bevalling zijn de grootste veranderingen merkbaar, maar jaren later ook nog. Zo blijkt uit het onderzoek dat moeders drie jaar na de geboorte van hun kind hun uren vaak niet opbouwen. Bovendien stopt nog eens 2 procent helemaal met werken. Niet alleen is dat van invloed op hun inkomen en economische zelfstandigheid, maar ook op hun toekomstig loopbaanperspectief.
Niet economisch zelfstandig
Vrouwen die tijdens de zwangerschap ziek zijn, bouwen hun uren erna het meeste af. Opvallend is dat ongeveer 40 procent helemaal afscheid neemt van de arbeidsmarkt. Dit geldt met name voor hoger opgeleide vrouwen en in mindere mate voor vrouwen met een laag of middelbaar opleidingsniveau. “We zien daarnaast dat vrouwen met een laag of middelbaar opleidingsniveau, vrouwen die al weinig uren werkten en vrouwen die niet samenwonen met een partner vaker wel blijven werken, maar niet economisch zelfstandig zijn”, aldus Bertens. Zij is echter niet verrast dat vrouwen hun werkuren afbouwen na de bevalling. Wel dat vrouwen helemaal stoppen met werken. Wat hun redenen daarvoor zijn, komt niet uit de data-analyse naar voren.