Normal_samenwerking

Onderzoek laat zien dat het voor kwetsbare burgers lastig is om zonder ondersteuning duurzame en wederkerige contacten op te bouwen in de buurt. In opdracht van kennisinstituut Movisie onderzocht Femmianne Bredewold het effect van de methode TijdvoorElkaar. De methode staat onder druk door bezuinigingen maar is volgens Bredewold hard nodig  voor het leggen van contact tussen burgers met en zonder beperking. Dat meldt Movisie.

De methode TijdvoorElkaar wordt al enkele jaren gebruikt door woningcorporaties en welzijns- en zorginstellingen in Utrecht, Nieuwegein, Zeist, Eindhoven en Haarlem. In de TijdvoorElkaar-projecten worden buurtbewoners via een website en een sociaal makelaar geïnformeerd over wat zij voor elkaar kunnen betekenen. TijdvoorElkaar brengt buurtbewoners met concreet met elkaar in contact , waardoor duurzame verbanden tussen mensen kunnen ontstaan.

Bredewold onderzocht hoe kwetsbare mensen met bijvoorbeeld een verstandelijke beperking betrokken kunnen worden bij TijdvoorElkaar-projecten. Als gevolg van de decentralisaties zullen zij meer verantwoordelijk worden voor het vormgeven van hun eigen welzijn en minder een beroep kunnen doen op professionele ondersteuning. Bredewold denkt dat met name deze groep kan profiteren van de methode.

TijdvoorElkaar kan duurzame contacten creëren tussen burgers met en zonder een beperking. Hierbij is de ondersteuning van een sociaal makelaar noodzakelijk, bijvoorbeeld om contacten tot stand te brengen, te begeleiden en af te bakenen. Hiermee zou voorkomen kunnen worden dat de kwetsbare burger afhankelijk wordt van het contact of de ander overvraagt. Daarnaast onderzocht Bredewold ook de contacten tussen mensen met een beperking onderling. Zij vinden (h)erkenning en hulp bij elkaar. Het principe van wederkerigheid heeft bij hen een positieve uitwerking: zij leren een nieuwe, gevende rol aannemen.

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Movisie in het kader van het onderzoeksprogramma 'Inzicht in sociale interventies', gefinancierd door het ministerie van VWS.

© Nationale Zorggids