Volwassenen met verstandelijke beperking lopen vaak ongemerkt rond met hart- en vaatziekten
Volwassenen met een verstandelijke beperking hebben een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, maar diagnoses worden vaak gemist. Bij mensen met het syndroom van Down geldt dat hun syndroom ook samenhangt met een hoger risico. Promovendus Marleen de Leeuw van het Erasmus MC ziet dat er nog maar weinig bekend is over de frequentie van hart- en vaatziekten bij mensen met een verstandelijk beperking en met welke risicofactoren zij te maken hebben. Door laagdrempelig objectief te meten en vroegtijdig te behandelen, zijn complicaties als gevolg van bijvoorbeeld hoge bloeddruk, overgewicht en diabetes te voorkomen. Dit meldt het Erasmus MC.
Binnen het promotieonderzoek van De Leeuw zijn hartfilmpjes gemaakt en beoordeeld door een cardioloog. “Daaruit bleek dat verschillende afwijkingen niet eerder in het medisch dossier waren vastgelegd. Zo waren acht van de negen doorgemaakte hartinfarcten niet geregistreerd”, aldus de onderzoeker. Hoewel de algemene bevolking ook ondergediagnosticeerd blijft, is dat onder mensen met een verstandelijke beperking een groter probleem. Want hartfalen en beroertes komen bij hen vaker voor.
Belastend onderzoek
Het probleem is soms dat mensen met een verstandelijke beperking hun gezondheidsklachten moeilijk kunnen duiden, waardoor signalen bepaalde signalen niet oppakken en geen verder onderzoek instellen. Symptomen zijn daarnaast soms atypisch. Voor patiënten met een beperking geldt ook dat lichamelijk onderzoek extra belastend kan zijn, waardoor artsen soms een afweging maken tussen deze belasting en de medische noodzaak. “Daardoor kiezen zij niet altijd voor aanvullende diagnostiek.”
Als het aan De Leeuw ligt, gaan artsen daarom laagdrempelig objectief testen, bijvoorbeeld met een hartfilmpje of bloeddrukmeting. Op basis daarvan kunnen aanpassingen de leefstijl van de patiënt worden gemaakt en eventueel medicatie worden voorgeschreven. Hierdoor verkleint het risico op hart- en vaatziekten.