Nederlanders blijven bereid elkaar te helpen – en dat is essentieel voor de toekomst van de zorg
De meeste Nederlanders staan open om anderen te ondersteunen bij dagelijkse taken. Dat blijkt uit onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van Coöperatie VGZ. Van boodschappen doen tot een oogje in het zeil houden: vooral voor mensen in de directe omgeving zijn we bereid om bij te springen. Die bereidheid is volgens VGZ belangrijk om de zorg toegankelijk te houden nu vergrijzing en personeelstekorten toenemen. Dit meldt Ipsos.
Hoewel de samenleving individualistischer is geworden, blijft de behoefte aan onderlinge verbondenheid groot. Uit het onderzoek blijkt dat 80 procent van de Nederlanders boodschappen wil doen voor een dierbare, en 72 procent dat ook voor een kennis zou doen. Een vergelijkbaar beeld ontstaat bij het in de gaten houden van iemand: 76 procent doet dat graag voor iemand dichtbij, 72 procent ook voor een kennis.
Jong en oud even bereid om te helpen
Opvallend is dat jongeren nauwelijks verschillen van ouderen in hun bereidheid om te helpen. Zowel 18‑ tot 34‑jarigen als 65‑plussers geven in grote meerderheid aan dat zij boodschappen willen doen of een oogje in het zeil willen houden voor iemand in hun omgeving. Dat laat zien dat solidariteit niet alleen leeft onder oudere generaties.
Medische hulp: groot verschil tussen dierbaren en kennissen
Zodra hulp dichter bij medische zorg komt, wordt het onderscheid tussen dierbaren en kennissen groter. Zo vindt 64 procent het geen probleem om voor een dierbare afspraken met een zorgverlener te regelen, terwijl slechts 31 procent dat ook voor een kennis zou doen.
Bij praktische zorgtaken, zoals het aantrekken van steunkousen, is het verschil nog duidelijker: 43 procent helpt een dierbare, tegenover 18 procent die dit ook voor een kennis zou doen. Ook bij psychische problemen zijn mensen vooral bereid om iemand uit de eigen kring te ondersteunen, al ervaren veel Nederlanders daarbij een drempel.
Onderlinge steun ontlast de zorg
Volgens VGZ helpt deze bereidheid om kleine hulpvragen in de eigen omgeving op te vangen, waardoor de professionele zorg toegankelijk blijft. Binnen de Netwerkzorg‑aanpak, waar acht gecontracteerde ggz‑instellingen mee werken, worden naasten actief betrokken bij de behandeling van mensen met ernstige psychische problemen. Dat kan het herstel bevorderen en de kans op terugval verkleinen.
Uit het onderzoek blijkt dat 43 procent van de Nederlanders wil deelnemen aan zo’n zorgnetwerk. Tegelijkertijd geeft een meerderheid van die groep aan dat zij dit liever niet doen wanneer het gaat om ernstige psychische problematiek. 28 procent is bereid te helpen als het iemand betreft die zij minder goed kennen.
‘Zorg begint in kleine kring’
Volgens de bestuursvoorzitter van Coöperatie VGZ laat het onderzoek zien hoe belangrijk onderlinge betrokkenheid is. Zij benadrukt dat veel mensen bereid zijn om iets voor een ander te doen, maar dat de drempel om hulp te vragen vaak hoog is. Door meer naar elkaar om te kijken, kunnen kleine hulpvragen worden opgevangen voordat ze uitgroeien tot zorgvragen.