Vaker psychische hulpverleners voor leerlingen voortgezet onderwijs, maar extra geld is op
Middelbare scholen wisten hun psychische hulpverleners voor leerlingen de afgelopen jaren te betalen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs. Dit programma is echter stopgezet, waardoor extra financiering voor mentale hulp aan jongeren op scholen wegvalt. Koepelorganisatie de VO-raad vreest ervoor dat scholen hierdoor weer afscheid nemen van deze zorgverleners, terwijl veel leerlingen hier juist baat bij hebben. Dit meldt NOS.
Psychische zorgverleners op scholen helpen leerlingen bijvoorbeeld bij depressieve gevoelens, prestatiedruk of eenzaamheid. Steeds meer fulltime banen worden hiervoor ingevuld: waar dat in 2019 nog om 636 banen ging voor het geven van faalangsttraining, psychologische hulp of therapie, steeg dit aantal in 2024 met 84 procent naar 1.159.
Speciaal potje
Scholen betaalden deze hulpverleners vanuit een speciaal overheidsbudget dat ze kregen ten tijde van de coronapandemie (het Nationaal Programma Onderwijs). Gemeenten zijn eigenlijk verantwoordelijk voor jeugdzorg en dus ondersteuning op scholen, maar zij hebben daar ook geen geld voor, laat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) weten. De vrees is daarom ook dat veel leraren deze taken opgelegd krijgen. “De druk op scholen neemt dan alleen maar toe”, aldus de VO-raad. Tegelijkertijd zijn scholen geen zorginstellingen, benadrukt een schoolbestuurder uit Rotterdam. Voor leerlingen met complexe problemen moet specialistische jeugdhulp beschikbaar zijn.
Samenwerking moet hulp in groepsverband mogelijk maken
Daarom denkt bestuursvoorzitter Henk Hagoort van de VO-raad ook dat er meer samenwerking nodig is tussen scholen en de jeugdzorg, zodat leerlingen eventueel in groepsverband hulp kunnen krijgen. Dit kan de jeugdzorg organiseren, meent hij. Dat denkt ook Jeugdzorg Nederland, die tevens vindt dat scholen én gemeenten daaraan een bijdrage moeten leveren. De VNG wil dat de overheid structureel geld beschikbaar stelt voor psychische hulp op scholen. “Er gaan veel losse potjes met tijdelijk geld naar het onderwijs. Wij zeggen: bundel dat en maak het structureel. Dan weet het onderwijs waar het aan toe is.”