Veteranen met PTSS én hun partners hebben baat bij hulphond
Veteranen met therapieresistente PTSS blijken veel baat te hebben bij een hulphond. Maar óók de partners van deze veteranen hebben er wat aan als zij een hulphond in huis hebben. De kwaliteit van hun relatie lijkt erdoor te verbeteren, stelt promovenda Ilse de Lange van de Universiteit Utrecht. Dit meldt de UU.
Een posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontstaat na traumatische gebeurtenissen en kan zich uiten in angst, nachtmerries, neerslachtigheid en ernstige beperkingen in het dagelijks leven. Veel veteranen, politieagenten en andere geüniformeerden krijgen ermee te maken. Voor een deel van hen biedt bestaande therapie te weinig verlichting, waardoor hulphonden steeds vaker een rol krijgen in het herstel.
Geen stress bij hond
Eerder onderzoek liet al zien dat een hulphond het leven van veteranen positief beïnvloedt en dat de honden zelf geen stress lijken te ervaren. De Lange breidde dit onderzoek uit door ook partners en kinderen te betrekken én door fysiologische data zoals hartslag en cortisol te meten. Zo ontstaat een vollediger beeld van de dynamiek tussen veteraan, gezin en hond.
Kwaliteit relatie onder de loep
En wat blijkt? Veteranen met een hulphond voelen zich emotioneel én lichamelijk beter. Ze hebben minder negatieve gedachten, functioneren socialer, en slapen dieper en langer. Ook ervaren ze minder belemmeringen in het dagelijks leven. Hun partners merken eveneens verschil. Ze denken positiever over hun relatie en functioneren beter in sociale situaties dan partners van veteranen die geen speciaal getrainde hond in huis hebben. De Lange vond geen verschillen tussen kinderen van veteranen met of zonder assistentiehond.
‘Indrukwekkend’
“Het is indrukwekkend om te zien hoeveel verschil een hulphond kan maken. Niet alleen helpt de hond de veteraan om beter om te gaan met stress en slaapproblemen, maar ook de relatie binnen het gezin lijkt erdoor te versterken.” De laatste data moeten echter nog binnenkomen, waardoor De Lange voorzichtig blijft met definitieve conclusies. Desondanks noemt ze de eerste resultaten veelbelovend.