Huidige bekostiging ondersteunt gesloten jeugdhulpaanbieders niet bij afbouw
Het aantal plekken in de gesloten jeugdzorg moet omlaag, maar nog altijd betalen gemeenten zorgaanbieders per gevuld bed. Volgens onderzoekers van Public Procurement Research Centre (PPRC) straffen gemeenten de jeugdzorgaanbieders hiermee. Bij een hoge bezettingsgraad in de residentiële jeugdhulp is zo’n bekostiging geen probleem, maar die graad is al jaren dalende. Dit meldt Binnenlands Bestuur.
Gesloten jeugdzorg moet per 2030 helemaal verdwenen zijn en die afbouw is sinds 4 jaar ingezet. De bezettingsgraad in deze jeugdzorg was zo’n 77 procent van de bedden bezet, waardoor aanbieders allang niet meer kostendekkend opereren. De ondergrens is voor velen al rond de 90 procent. Gemeenten bekostigen nog altijd ‘inspanningsgericht’, waardoor zorgaanbieders bij een dalende bezetting eigenlijk beboet worden. Het aantal bedden moet in de toekomst nog verder omlaag, maar de huidige financieringswijze van gemeenten stimuleert dat niet.
Dubieuze aanbieders vullen gaten op
Het gevolg hiervan is onder meer dat jeugdhulpaanbieders hele verblijfsgroepen moeten sluiten. “Door gebrek aan coördinatie overvalt dit andere aanbieders en gemeenten. Het hele verblijfslandschap wordt instabiel”, zien de onderzoekers van PPRC. En de gaten die hier soms door ontstaan, worden mogelijk opgevuld door mogelijk dubieuze aanbieders.
Adviezen
Wat is dan de oplossing? Onderzoekers stellen ‘bevorderlijke kringloop’ voor. Ofwel: gemeenten moeten stopen met financieren op bezetting en starten met financieren op zorgbehoefte. Probleem is echter wel dat gemeenten nu niet bijhouden wat de zorgbehoefte van jongeren in de jeugdhulp is. Maar door dat wél bij te gaan houden, kan de zorginkoop hierop aangepast worden. Bekostigingswijzen die gemeenten kunnen introduceren zijn bijvoorbeeld volumegaranties, lumpsums of taakgerichte methodes.