Normal_13839070230064_1

(Novum) - De gemeente Gouda vraagt niet te veel van kinderen door van hen te verwachten dat zij meehelpen in het huishouden als hun ouders chronisch ziek zijn. Wel moet altijd per geval worden bekeken of de inzet van kinderen niet ten koste gaat van hun welbevinden, ontwikkeling of schoolprestaties, schrijft staatssecretaris van Volksgezondheid Martin van Rijn (PvdA) in antwoord op Kamervragen van SP-Kamerlid Renske Leijten.

Gouda was in opspraak geraakt omdat het 5-jarige kinderen van chronisch zieken zou verplichten het huishouden op zich te nemen. Leijten vreesde dat jonge kinderen taken moesten overnemen van de professionele thuiszorg. Maar volgens Van Rijn is het draaien van een was of het dekken van de tafel iets anders dan het verlenen van thuiszorg.

Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om inwoners die het huishouden niet zelf rond kunnen breien te ondersteunen. Bij het bepalen of die ondersteuning moet worden verleend, moeten gemeenten volgens een landelijke richtlijn die in 2011 is ingevoerd nagaan wat de patiënt zelf kan regelen. In die richtlijn wordt ook gesproken van gebruikelijke ondersteuning die huisgenoten worden geacht elkaar te bieden.

Van kinderen boven de 5 jaar kan in beginsel een bijdrage in het huishouden worden verwacht, schrijft Van Rijn. Van mantelzorg is volgens hem geen sprake, omdat bij daarbij sprake is van zorg die verdergaat dan wat van iemand mag worden verwacht. "In onze samenleving wordt het normaal geacht dat huisgenoten waar nodig en mogelijk hun rol nemen in het huishouden, zeker daar waar er sprake is van een huisgenoot met een beperkte zelfredzaamheid."

Het is volgens de staatssecretaris aan de gemeenten om te beoordelen of en in welke mate een kind een bijdrage kan leveren in het huishouden. "Dit vereist een zorgvuldige afweging waarbij rekening moet worden gehouden met de ontwikkelingsfase van het kind, wat er op een bepaalde leeftijd als bijdrage mag worden verwacht en het feitelijke vermogen van het kind."