In Herbergier Zoetermeer zijn de deuren overdag altijd open. Bewoners zijn vrij om te gaan en staan waar zij willen. Laat ik u eens meenemen in een aantal avontuurlijke solo-uitstapjes van onze bewoners.

Op een zaterdag worden wij als zorgondernemers gebeld dat één van de bewoners is gaan wandelen en dat er iets bijzonders aan de hand is. Deze mevrouw (96) is nog kordaat en vief, wandelt wel vaker en heeft - omdat ze de weg niet kent - een zogenaamde spotter. Zo kunnen wij op een telefoon of een laptop zien waar ze is en dan stapt een medewerkers even op de duofiets om haar weer op te halen.

Spoorwegpolitie

Zo ook deze zaterdag. De spotter wees uit dat ze bij het winkelcentrum was. Opeens zag de medewerker dat de spotter zich wel heel erg snel verplaatste: ineens bij station Forepark en daarna vrij snel bij station Laan van Nieuw Oost Indië. Dat betekent dat mevrouw in de Randstadrail was gestapt en rustig richting Den Haag Centraal reisde. Wij hebben toen de politie gewaarschuwd. Die nam meteen contact op met de spoorwegpolitie. Gelukkig was er een oplettende medereiziger die het toch wat vreemd vond dat iemand op een stralende dag met een regenkapje op, twee jassen over elkaar aan, een paraplu en een stok in de trein zat.

‘‘Zwartrijden met de trein was die middag in ieder geval goed gelukt’’

Op Den Haag Centraal is ze uit de trein gehaald. Onze medewerker heeft haar opgehaald en vroeg: ‘‘Heb je voordat we gaan nog wat te zeggen tegen de agenten?’’ Mevrouw startte toen spontaan haar steeds weer terugkerend liedje: ‘‘Dat was het dan. Dat was het dan. Dat komt niet meer terug.’’ Zwartrijden met de trein was deze middag in elk geval goed gelukt. Ach ja…

Dichte badkamerdeur

Dezelfde bewoonster ging een paar weken later weer eens wandelen. Waarschijnlijk zocht ze een toilet en is ze naar buiten gegaan om te zoeken. Op 50 meter van onze Herbergier was onze buurman aan het werk in de tuin. Hij moest even naar de wc en constateerde dat de deur open was. Dat was vreemd. En de badkamerdeur was dicht! Nog vreemder.

Toen hij de badkamerdeur opendeed, stond daar onze bewoonster op haar gemak haar ‘onderkant’ te wassen aan de wasbak. Hij schrok zich helemaal rot. Het drong langzaam tot hem door dat het een bewoonster van ons was en toen was het leed gauw geleden. Toch de buurman maar even een bloemetje gegeven voor de schrik.

Van Zoetermeer naar Woerden

Om een andere bewoonster (80) maakten wij ons zorgen toen wij in de buurt van de Randstalrail ontdekten dat ze niet op de plek van de spotter was. Contact met de politie en een uitgaand alert volgden. Onze zorgen werden steeds groter, totdat een oude buurvrouw van de bewoonster uit Woerden ons belde. Of wij een bewoner misten? Nou dat kan je wel zeggen!

De zoon van mevrouw heeft haar opgehaald en uitgevraagd hoe ze zonder geld van Zoetermeer naar Woerden was gekomen. Mevrouw sprak een man aan en vroeg hoe ze het beste in Woerden kon komen. Op de vraag hoe ze wilde reizen, antwoordde ze dat ze wilde lopen. Dat gaf wat verontrusting bij de man en hij belde de politie van Woerden om te vragen of ze daar een vermissing hadden. Nee was het antwoord. Onze bewoner heeft het voor elkaar gekregen dat de man haar naar het station heeft gebracht en een kaartje kocht. Met de belofte dat onze bewoner het geld meteen zou overmaken als ze bij de buurvrouw was aangekomen. Wij waren blij dat we haar weer in onze armen konden sluiten.

Vrijheid hoogste goed

Gelukkig komen zulke verhalen maar sporadisch voor. Bovenal geeft het opendeurenbeleid ruimte voor de gasten om vrijelijk in en uit de Herbergier te wandelen. Geen deur op slot als je toch al wat in de war bent. Het legt ook een last op de betrokkenen. En toch worden we gesterkt in de overtuiging dat keuzevrijheid juist bij ons hier het hoogste goed is dat we met liefde uitdragen.