Waarom uit huis geplaatste kinderen alsnog bij omstreden zorgaanbieders terechtkomen
Kinderen die uit huis worden geplaatst, zouden op een veilige plek moeten belanden. In de praktijk lukt dat lang niet altijd. Door een tekort aan opvangplekken en versnipperd toezicht komen jongeren soms terecht bij zorgaanbieders die al langer onder kritiek staan. Dat blijkt uit een recente zaak rond drie kinderen uit Veldhoven die ruim een jaar verbleven bij Mesazorg, een organisatie die herhaaldelijk is aangesproken door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Dit meldt het Eindhovens Dagblad.
Tekort aan veilige plekken leidt tot noodoplossingen
Door het gebrek aan pleeggezinnen en gezinshuizen worden gemeenten en jeugdbeschermers gedwongen om uit te wijken naar aanbieders waar zorgen over bestaan. In het geval van de Veldhovense kinderen wezen gemeente en jeugdbescherming naar elkaar als verantwoordelijke partij. Intern maakten gezinsvoogden al begin 2025 duidelijk dat zij twijfels hadden over de veiligheid bij Mesazorg.
De kinderen zijn inmiddels terug bij hun moeder, nadat de kinderrechter oordeelde dat zij de zorg weer aankan. De rechter erkende dat Mesazorg geen ideale plek was, maar verbond daar geen verdere conclusies aan omdat de plaatsing inmiddels was beëindigd.
Toezicht verdeeld over meerdere partijen
Volgens emeritus hoogleraar Peer van der Helm is het gebrek aan duidelijke verantwoordelijkheden een belangrijk deel van het probleem. Gemeenten bepalen met welke aanbieders zij contracten sluiten, jeugdbeschermers beoordelen per kind of een plek passend is, en instellingen zijn verantwoordelijk voor de behandeling. Daarnaast houdt de inspectie toezicht, maar kan die alleen ingrijpen bij ernstige tekortkomingen.
Van der Helm wijst erop dat de inspectie in sommige gevallen achter de schermen wel degelijk druk uitoefent. De aankondiging dat Mesazorg gaat stoppen, ziet hij als een aanwijzing dat er stevig wordt meegedacht.
Waarom er niet harder wordt ingegrepen
Ondertussen verblijven er nog steeds kinderen bij Mesazorg en vergelijkbare aanbieders. Dat komt volgens Van der Helm vooral door het enorme tekort aan plekken. Als een instelling wordt gesloten, ontstaat er direct een nieuw probleem: waar moeten de kinderen dan heen? Daardoor zijn toezichthouders terughoudend en worden grote organisaties vaak ontzien.
In de kinderopvang wordt sneller ingegrepen, maar in de jeugdzorg ligt dat anders. De inspectie valt onder het ministerie van Volksgezondheid, dat tegelijkertijd verantwoordelijk is voor het draaiende houden van het jeugdzorgstelsel. Volgens Van der Helm zorgt dat voor spanningen: instellingen die veel kinderen opvangen, kunnen simpelweg niet omvallen.
Kwetsbare kinderen blijven de dupe
Zolang er te weinig veilige opvangplekken zijn en verantwoordelijkheden versnipperd blijven, lopen uit huis geplaatste kinderen het risico om terecht te komen bij aanbieders waar al langer zorgen over bestaan. Iedereen wijst naar elkaar, maar het systeem verandert nauwelijks.