Antistoffen kinkhoestvaccinatie komen opvallend genoeg ook in neusslijmvlies baby
Een internationale studie onder leiding van het Radboudumc naar de kinkhoestvaccinatie heeft een opvallende ontdekking gedaan. De 22-wekenprik zorgt er niet alleen voor dat pasgeboren baby’s antistoffen tegen de kinkhoest in hun bloed hebben, maar ook in hun neusslijmvlies. Dat is volgens de onderzoekers nog niet eerder aangetoond “en onderstreept hoe effectief deze vaccinatie is”. Dit meldt het Radboudumc.
Zwangere vrouwen kunnen sinds 2019 de 22-wekenprik tegen kinkhoest halen. Zo zijn baby’s direct na de geboorte beschermd tegen de ziekte. Belangrijk, want vooral in de eerste weken zijn zij erg kwetsbaar hiervoor, maar te jong om zelf een prikje te krijgen. Door de moeder te vaccineren, gaan antistoffen via de placenta naar de baby én naar het neusslijmvlies. En dat is precies de plek waar de bacterie het lichaam binnenkomt, aldus de onderzoekers van het Nijmeegse umc. “Moeders die tijdens de zwangerschap dit kinkhoestvaccin kregen, gaven via de placenta antistoffen door die daadwerkelijk in het neusslijmvlies van de baby terechtkwamen”, benadrukt immunoloog Dimitri Diavatopoulos.
Accellulair versus hele-cel
Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat baby’s die na 8, 12 en 16 weken een hele-cel kinkhoestvaccin kregen, een sterkere afweerreactie hadden dan baby’s met een accelluliar vaccin. In het hele-cel-vaccin zit de complete, onschadelijk gemaakte kinkhoestbacterie. In het accellulair vaccin zit slechts onderdelen van de bacterie. “Accellulaire vaccins geven meestal minder bijwerkingen, maar zorgen vaak ook voor een minder langdurige bescherming. Onze onderzoeksresultaten suggereren dat hele-cel vaccins de afweer op lagere termijn beter kunnen ondersteunen”, aldus postdoctoraal onderzoeker Janeri Fröberg.
Nederland gebruikt sinds 2005 het accellulair vaccin. In veel landen met een laag of middeninkomen is het hele-cel vaccin populair.