Normal_bejaard_koppel_relatie_ouderen

Ouderen die veel aan lichamelijke activiteiten doen, zoals wandelen, fietsen of tuinieren, hebben een gezonder brein dan leeftijdsgenoten die dat niet doen. Artsen vermoeden al langer dat beweging een positief effect heeft op de hersenen, nu heeft onderzoek van het UMC St Radboud aangetoond hoe dat komt. Dit meldt Artsennet.

Uit onderzoek onder ruim 500 deelnemers van 50 tot 85 jaar blijkt dat beweging het brein beschermt tegen geheugenverlies en andere cognitieve stoornissen later in het leven. Dit komt doordat de zenuwbundels in de hersenen van ouderen die veel bewegen van een betere kwaliteit zijn dan bij ouderen die weinig bewegen. De witte stof in de hersenen is dan van een hogere kwaliteit.
 
De deelnemers aan het onderzoek hadden allemaal een TIA of beroerte gehad. De onderzoekers bestudeerden MRI-scans van hun hersenen en de patiënten vulden vragenlijsten in over hun bewegingspatroon, opleiding, sociale positie en ziektegeschiedenis.
 
Ook blijkt dat lichamelijke inspanning het meeste effect heeft op het voorste gedeelte van de hersenen. Dit gebied is onder meer verantwoordelijk voor keuzes maken, vooruit denken, het beheersen van impulsen en het initiëren van zowel cognitieve als motorische handelingen. 
 
Volgens onderzoeksleider en neuroloog Frank Erik de Leeuw is niet duidelijk waarom het effect juist in de frontale kwab van de hersenen zichtbaar is. “Wel weten we dat als oudere mensen traag gaan spreken of langzamer gaan lopen dit gebied vaak aangetast is. Wat logisch is, want daar lopen juist veel zenuwbanen die bij zulke functies geactiveerd moeten worden.” 
 
In een vervolgonderzoek willen de wetenschappers van het UMC St Radboud bekijken of kleine beschadigingen van de zenuwbundels ook voorspellend kunnen zijn voor het ontstaan van dementie of bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson.
 
© Nationale Zorggids