Opa’s en oma’s die oppassen op hun kleinkinderen hebben fittere hersenen
Opa’s en oma’s die op hun kleinkinderen passen blijken fittere hersenen te hebben dan grootouders die dat niet doen. Volgens nieuw onderzoek vertraagt het oppassen de achteruitgang van het geheugen en denkvermogen. Dit meldt Metro.
Nederlandse onderzoekers analyseerden gegevens van 2.887 grootouders die hadden deelgenomen aan de English Longitudinal Study of Ageing. Zij moesten daarbinnen vragenlijsten invullen en cognitieve tests doen. Zo moesten ze bijvoorbeeld binnen 60 seconden zo veel mogelijk dieren opsommen of woorden onthouden en benoemen. De uitkomsten laten zien dat opa’s en oma’s die geregeld oppassen betere resultaten behalen op de geheugentest en taalvaardigheid dan grootouders die niet oppassen op hun kleinkinderen. Bij oma’s was ook nog eens minder cognitieve achteruitgang te zien dan bij opa’s.
Activiteiten
Een hoog cognitief vermogen is met name te zien bij grootouders die bijvoorbeeld helpen met het maken van huiswerk of andere activiteiten. “Wat ons het meest opviel, was dat het feit dat een grootouder zorg verleende, belangrijker bleek te zijn voor het cognitief functioneren dan hoe vaak grootouders zorg verleenden of wat ze precies met hun kleinkinderen deden”, aldus hoofdonderzoeker Flavia Chereches van de Universiteit van Tilburg.