Normal_natuur_ouderen_wandelen_genieten_bejaard

Het kabinet lijkt bereid te zijn om de pensioenleeftijd minder hard te laten stijgen dan tot nu toe het geval was. In ruil voor het moderniseren van het pensioenstelsel, zal de pensioenleeftijd van 67 jaar pas in 2025 bereikt worden. Dit is vier jaar later dan 2021, wat eerder werd aangehouden als deadline. Dit meldt NOS.

Eerder gaf minister Koolmees van Sociale Zaken al te kennen dat er een plan op tafel lag over het vertragen van de stijging van de pensioenleeftijd, door eerst het pensioenstelsel te moderniseren. Echter kon op dat moment nog geen definitieve uitspraak gedaan worden. Al langere tijd is er onenigheid over het verhogen van de pensioenleeftijd en hoe snel dat moet. Op dit moment ligt de leeftijd voor pensioen op 66 jaar, per 1 januari verspringt dit naar 66 jaar en vier maanden.

Voorbereiding op pensioen

De vertraging kan er voor zorgen dat 60-plussers zich langer kunnen voorbereiden op het feit dat hun pensioen nog even op zich laat wachten. Tien jaar geleden dachten zij al veel eerder te kunnen stoppen met werken, maar dat is tegenwoordig niet meer zo. De reden om de pensioenleeftijd te verhogen van 65 naar 67 jaar, is omdat mensen steeds ouder worden. Om deze kosten te compenseren, moet de huidige generatie langer doorwerken.

De tegemoetkoming van minister Koolmees kost zo’n 500 miljoen euro. Het zou voor de minister een manier kunnen zijn om vakbond FNV tegemoet te komen. Die stelt dat de pensioenleeftijd bevroren moet worden op 66 en niet verder moet stijgen. De geplande verhoging voor 1 januari zou echter al niet meer terug te draaien zijn.

Door: Redactie Nationale Zorggids