Zelfstandige fysio’s lijden onder werkdruk en lage tarieven
Veel zelfstandige fysiotherapeuten denken eraan om hun praktijk te verkopen of zijn daar zelfs al mee bezig. Praktijkhouders in de sector kampen met hoge werkdruk en hun marges zijn laag. Bij voorkeur neemt een collega of personeelslid de zaak over, maar steeds vaker zijn er zorgketens bij betrokken. Dit meldt het Financieele Dagblad.
Uit een publicatie van de Hogeschool Utrecht blijkt dat het voor het eerst sinds jaren weer beter gaat in de fysiotherapie: omzetten nemen toe en ondernemers zien hun vertrouwen toenemen. Tegelijkertijd nemen de winsten af vanwege de hoge personeelskosten. Waar twee jaar geleden nog meer dan 25 procent van de zelfstandigen een nettomarge van meer dan 20 procent had, is dat nu bij slechts 14 procent het geval.
Lage tarieven
Een belangrijke reden voor de tegenvallende resultaten zijn de tarieven van zorgverzekeraars. Die liggen al jaren rond de 70 euro per uur. Om de omzet te verhogen, maken fysiotherapeuten meer uren, maar aan het einde van de dag blijft er niet significant meer over. Volgens onderzoeker Rutger IJntema van de Hogeschool Utrecht moeten fysio’s vanwege het tarievensysteem zoveel mogelijk productie draaien, maar daardoor kunnen ze zich bijvoorbeeld niet meer bezighouden met preventie of regionale samenwerkingen met andere zorgverleners.
Als het aan de fysiotherapeuten ligt, stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) minimumtarieven in, maar daar wil de toezichthouder niet aan beginnen. Volgens de autoriteit is er geen sprake van marktfalen en zijn minimumtarieven helemaal niet nodig. Uit noodzaak nemen sommigen daarom andere modellen onder de loep, bijvoorbeeld door afspraken te maken met bedrijven om daar vaste zorg te verlenen. Mogelijk verhoogt de concentratie van zorg hierdoor, denkt IJntema.
Betere verdienmodellen
Gelukkig kan 66 procent van de praktijkhouders zichzelf nog een bovenmodaal loon uitkeren, maar aan de andere kant zit 15 procent onder het minimumloon. Sectormanager Marleen Jansen bij de Rabobank ziet desondanks veel kansen voor fysio’s. Zo is er in de gezondheidszorg meer aandacht voor preventie en passende zorg, waar zij een belangrijke rol in kunnen spelen. Ook is de verwachting dat meer fysiotherapeutische behandelingen voor chronisch zieken in het basispakket komen, waar de sector van kan profiteren.
Ook zijn er volgens Jansen mogelijkheden voor betere verdienmodellen, bijvoorbeeld door op regionaal niveau meer te samenwerken met scholen, sportclubs, bedrijven en gemeenten. Mogelijk moeten praktijken hiervoor wel gaan samenwerken. Anders is een overname een noodzakelijke optie. En gaan zal dat volgens Jansen echt niet altijd door grote ketens zijn. “Naast de twee grote ketens, TopzorgGroep en Fysio Groep Nederland, is er een beperkt aantal regionale aanbieders met vijftien of twintig praktijken.”