Apotheken betalen opnieuw iets minder voor inkoop pakketmedicijnen
De prijzen die apotheken betalen voor medicijnen zijn in oktober opnieuw iets gezakt. Gemiddeld ging het om een daling van 0,8 procent ten opzichte van september. Dat lijkt weinig, maar levert naar schatting zo’n 38 miljoen euro per jaar op aan besparing in de inkoopkosten van geneesmiddelen, meldt de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK).
Apotheken kopen elke maand zo’n 16 miljoen verpakkingen aan receptplichtige medicijnen in. Voor veel middelen geldt een wettelijke maximumprijs. Die wordt twee keer per jaar aangepast door de minister van Volksgezondheid en is gebaseerd op medicijnprijzen in vergelijkbare Europese landen. Daardoor kunnen fabrikanten hun producten niet zomaar duurder maken.
In oktober gold voor 5.600 middelen zo’n prijsplafond. De cijfers laten zien dat bij middelen zonder maximumprijs prijzen vrijwel gelijk bleven (93 procent) Bij middelen met maximumprijs 23 procent goedkoper werd en 24 procent duurder, de rest bleef gelijk.
Grote besparing door populaire middelen
Het grootste deel van de besparing komt door prijsverlagingen bij middelen met semaglutide en liraglutide, bekend als diabetes- en afslankmedicatie zoals Ozempic. Voor liraglutide komt dat door een lagere wettelijke maximumprijs; voor semaglutide niet.
Gemiddeld liggen medicijnprijzen nu rond het niveau van begin 2022. Generieke middelen werden de afgelopen jaren wat duurder, maar merkmedicatie juist goedkoper.
Betekent dit dat patiënten minder gaan betalen?
Niet per se. Lagere inkoopprijzen betekenen niet automatisch lagere zorguitgaven voor verzekeraars of patiënten. Dat komt doordat zorgverzekeraars en fabrikanten vaak onderling prijsafspraken maken. Soms vergoedt een verzekeraar bijvoorbeeld alleen het goedkoopste middel in een productgroep, ongeacht wat de apotheek ervoor betaalt.