Zorgverzekeraars vinden thuis sterven soms te duur
Patiënten die door ziekte of ouderdom aan het einde van hun leven zijn en thuis willen overlijden, kunnen dat vanuit kostenoverweging niet altijd. Volgens zorgverzekeraar moet terminale thuiszorg doelmatig zijn. Is dat het niet, dan is de kans groot dat dit niet vergoed wordt. Hierdoor moet een groep terminale patiënten of hoogbejaarde ouderen tegen hun wens in het ziekenhuisbed sterven. Dit meldt Trouw.
Een verpleegkundige trok onlangs aan de bel. Ze had een jonge, stervende patiënt die thuis wilde overlijden, maar dat niet mocht van zorgverzekeraar VGZ vanwege een te hoog aantal uren. Een dag later stierf hij in zijn ziekenhuisbed. En zo zijn er wel meer schrijnende situaties.
Doelmatigheidstoets
Om efficiënte zorg te vergoeden, toetsen zorgverzekeraars bepaalde situaties. Deze werkwijze moet de zorg betaalbaar houden, maar haalt volgens wijkverpleegkundigen de menselijkheid weg. Als uit de toets blijkt dat de uren te hoog uitvallen, wordt slechts een deel van de kosten vergoed. Individuele verpleegkundigen en zorginstellingen spreken zich hier inmiddels over uit, maar koepelorganisaties nog niet.
Naheffing
VGZ heeft ook onenigheid met directeur Renate Tuijten van Pro-Cura. Ook dit conflict gaat over palliatieve zorgkosten. Haar organisatie ontving een naheffing van bijna een ton, waarna ze naar de rechter stapte. Reden voor de naheffing zou zijn dat Pro-Cura in de coronaperiode te veel uitgaf aan zorg voor terminale patiënten thuis. Tuijten weigert dit te betalen: “Ik weet dat wij in moeilijke omstandigheden goede zorg hebben verleend aan deze mensen thuis, terwijl de ziekenhuizen vol lagen.” Inmiddels is het wachten op de uitspraak van de rechter.
Overigens is Zilveren Kruis inmiddels gestopt met de doelmatigheidstoets bij terminale zorg, omdat deze vorm van zorg altijd doelmatig is.