Extra dotteren bij hartinfarct blijkt niet altijd direct nodig
Bij een hartinfarct telt elke minuut. De dichtgeslibde kransslagader moet direct open, want anders raakt de hartspier blijvend beschadigd. Maar wat als tijdens die spoedprocedure blijkt dat andere bloedvaten óók vernauwd zijn? Moet je die meteen aanpakken, of kan dat later? Cardiologen van het Radboudumc hebben dat onderzocht en weten nu: wachten kan én is veilig. Dit meldt het Radboudumc.
Uit een grote studie met 1.146 patiënten blijkt dat artsen niet altijd direct alle vernauwde vaten hoeven te dotteren. In de acute fase werd bij de helft van de deelnemers alleen het dichtgeslibde vat behandeld. De rest volgde later, tot zes weken na het infarct. De uitkomst na drie jaar: geen verschil in overleving, nieuwe infarcten of ziekenhuisopnames. “We zagen tussen beide groepen geen verschil in overlijden, nieuwe hartinfarcten of opname in het ziekenhuis door hartfalen”, zegt hoogleraar Cardiovasculaire Beeldvorming Robin Nijveldt.
Uitstellen kán lonen
Een onverwacht resultaat is dat dotteren in de rustige fase vaak niet eens meer nodig bleek. Dankzij een MRI-scan konden artsen zien of het hart genoeg zuurstof kreeg. Zo ja, dan was extra dotteren overbodig. Desondanks wordt het advies om te wachten niet aangepast, met name omdat het voor patiënten fijner is als zij in één keer behandeld worden. Maar bij veel pijn of grote vermoeidheid, kan uitstellen lonen. “Geforceerd doorgaan hoeft niet, want sneller is niet beter”, zo luidt de conclusie.
Behandelrichtlijn naar verwachting aangepast
Hoewel het advies om niet te wachten met een uitgebreidere dotterbehandeling niet wijzigt, zal de richtlijnen wel worden aangepast. Die adviseert nu om direct verder te dotteren in de acute fase. “Deze richtlijn is gebaseerd op twee grote studies, die op de korte termijn een voorzicht voordeel lieten zien van direct behandelen, maar niet op de lange termijn. Onze studie geeft hierover nu meer duidelijkheid: dat voordeel is er niet.”