In mijn persoonlijke leven heb ik achteraf altijd veel moeite gehad met het stellen van mijn grenzen. Om leuk gevonden te worden, om confrontaties te vermijden en om erbij te horen, liet ik mensen dan ook vaak over mijn grenzen heen walsen. Het maakte mij echter niet gelukkig, want ik voelde duidelijk aan als ik iets niet wilde of ergens niet van gediend was. 

Werken in de zorg

In de zorg is het echter heel belangrijk dat je je grenzen goed kan aangeven.
Grenzen stellen in de planning van het rooster, in het invallen, in het omgaan met elkaar.
Ik heb dan ook geleerd mijn grenzen duidelijk aan te geven, maar ik merk dat het door collega’s niet altijd wordt gewaardeerd. 

Als ik iets ik aangeef, kan de ander dat weer opvatten als een afwijzing, soms doordat ik feedback deel op iets wat ik feitelijk heb geobserveerd en meedeel.

Ik kom dan ook met de oplossing hoe het wel zou kunnen/moeten. En die oplossing hoeft niet van mij te komen, maar bijvoorbeeld van professionals uit andere disciplines. Toch kunnen mensen zich hierdoor aangevallen voelen en in de weerstand schieten.

En dan kom je weer in het cirkeltje terecht wat ik hierboven al beschreef en zou de ander ook in de spiegel kunnen gaan kijken en zich af kunnen vragen waarom ze zich aangevallen voelen. De vraag is dan; wat wordt er in mij geraakt?

Geluk voelen.

Zo heb ik door verschillende ervaringen geleerd en ondervonden dat ik niet over mijn eigen grenzen heen mag gaan, wil ik zelf goed kunnen functioneren en wil ik mij gelukkig voelen.
Dit heeft er in mijn privéleven voor gezorgd dat ik best wat mensen moest loslaten, dat was moeilijk, deed pijn, maar was voor mijn welzijn, nodig. Het heeft mij ook laten zien dat ik niet kan kiezen voor het geluk van een ander, dat zal altijd ten koste van mezelf gaan en dan uiteindelijk ook van de ander.
Belangrijk dus om grenzen aan te geven en te respecteren.

Veiligheid

In mijn werk met mensen met een verstandelijke beperking of hersenletsel zorgt het aangeven van mijn grenzen voor duidelijkheid en veiligheid voor mijn bewoners.

Zo weten ze wat ze aan mij hebben. Eerder schreef ik al over mijn bewoner Henk die een ernstige hechtingsstoornis heeft opgelopen in zijn prille jeugd. Het gaat nu veel beter tussen ons. Alleen maar omdat ik nu duidelijk mijn grenzen laat zien en ook de zijne respecteer.

Afspraken

Ik maak duidelijke afspraken met mijn bewoner en kom die na. Henk weet wat hij aan mij heeft en dat ik mij aan mijn woord houd. Maar mocht ik iets niet goed begrijpen dan kan ik daar ook met hem over in gesprek gaan en mijn ongelijk toegeven aan hem.

Mentaliseren dus met mezelf maar ook tegenover hem.

Ik blijf ook een mens en maak ook fouten of zie het soms verkeerd in. Dan bied ik ook mijn excuses aan en zegt Henk dat hij het wel goed heeft. Zo geef ik hem ook de veiligheid en wetenschap dat hij met mij in gesprek kan gaan. Verder probeer ik er altijd veel humor bij te halen en doe ik veel met muziek, maak ik grappige teksten in liedjes, waardoor de spanning wordt verbroken en mijn bewoner lacht en de lucht is geklaard. Ben ik een dag heel moe of van slag, dan leg ik hem uit dat ik een drukke dag heb en nu even geen tijd heb maar morgen wél weer. Ik moet hem ook negeren als hij negatieve aandacht trekt en zo mijn energie weg zou kunnen nemen, als ik al  een vermoeiende dag heb. Dan gaat Henk over mijn grens en besteed ik even minder tijd aan hem maar geef dat wel aan met een begrijpelijke reden voor hem.

Opgedane kennis

Deze kennis neem ik ook weer mee in mijn privéleven.
Ik ben door dit onderzoek gegroeid als mens, als collega en als verzorgende en begeleider. Mijn bewoner die mij nachtmerries bezorgde heeft mij eigenlijk een groot cadeau gegeven. Juist zijn gedrag naar mij toe, waarmee hij mij liet zien dat ik in de spiegel moest kijken naar mezelf. Ik merk dat ik inzie dat wij samen gelijk zijn, ieder mens heeft een zelf, wat altijd heel is en compleet, een licht, een bron, een god, een zijn, noem het wat voor jou passend is.

Vleugels

Van mijn bewoners is het instrument kapot waardoor zij zich niet kunnen laten zien op de manier zoals wij mensen het zouden willen, maar als je goed kijkt dan zie je dat we in ‘wezen’ gelijk zijn en er geen verschil is. Elke verzorgende en begeleider wordt in het werk waarin je zorg verleent, geconfronteerd met zichzelf. Als je daar dan oprecht naar kunt kijken en aan kunt werken, krijg je vleugels en mag je gaan vliegen zowel privé als professioneel.

Notie: ik heb veel kennis gehaald uit het boek (H)echt niet door Martin Appelo, psycholoog. En uit de handleiding Mentaliseren kun je leren door Paula Sterkenburg, Bijzonder Hoogleraar aan de VU en Francien Dekker-van der Sande, klinisch psycholoog/kinder- en jeugdtherapeut. Wat mij opviel is dat deze kennis vanuit wetenschappelijke onderzoeken sterk overeenkomt met de kennis die ik heb opgedaan vanuit de cursus in wonderen en de I am-theorie. Van ‘zweven’ naar ‘wetenschap”.

Door: Nationale Zorggids / Willeke Schilder