Normal_7029

ROTTERDAM - Macht van hulpverleners in de zorg is een gegeven en is niet direct positief of negatief. Belangrijker is om te kijken wat de consequenties van bepaalde machtstechnieken zijn. Dat stelt Tineke Broer in haar proefschrift Governing ideals of good care. Quality improvement in mental health care. Broer promoveert donderdag 26 januari 2012 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).

Broer deed onderzoek naar de vraag wat goede zorg betekent in de huidige geestelijke gezondheidszorg (GGz) en hoe deze zorg wordt gestuurd. Het onderzoek is gebaseerd op het landelijke verbeterprogramma Zorg voor Beter.

Meetinstrumenten
In de verschillende verbetertrajecten van Zorg voor Beter blijkt een aantal waarden van belang voor het leveren van goede zorg: autonomie, socialiteit en cliëntenparticipatie. Meetinstrumenten vormen een van de sturingstechnieken binnen Zorg voor Beter. Door meten worden verbeteringen in kaart gebracht maar tegelijkertijd heeft meten een sturende werking bijvoorbeeld voor hoe goede zorg wordt gedefinieerd, hoe hulpverleners naar hun werk kijken en het uitvoeren en hoe cliënten naar zichzelf kijken.

Meetinstrumenten en sturingstechnieken hebben dus consequenties voor de identiteiten van onder andere GGz-organisaties, hulpverleners en cliënten.

Opvallend in het onderzoek van Broer was verder dat een van de idealen van goede zorg het uitoefenen van geen enkele macht over cliënten betrof. Dat idee staat echter op gespannen voet met de notie van hulpverlenerschap zelf, aangezien hulpverlenen altijd een vorm van sturen en dus van machtsuitoefening inhoudt.

© Nationale Zorggids