Normal_female-attending-physician-holding-stethoscope-lis-2022-08-03-04-24-18-utc
Het Amsterdam UMC heeft samen met universiteiten uit vijf Europese landen de thuiszorg situatie onderzocht van Europese ouderen. Hieruit blijkt dat er grote verschillen zijn per land, waardoor het noodzakelijk wordt om een collectieve Europese aanpak in te zetten, vertelt hoogleraar Emiel Hoogendijk aan het Amsterdam UMC. Dit meldt Amsterdam UMC. 
“We zien dat veel interventies waarvan is aangetoond dat ze patiënten helpen en die vaak onderdeel zijn van de richtlijnen, niet genoeg worden benut”, zegt Hoogendijk. “Bovendien varieert het gebruik van interventies sterk, afhankelijk van het land of de regio waarin je woont. Ik kan me voorstellen dat dit frustrerend is voor patiënten."

Mobiliteit

De onderzoekers hebben verschillende elementen van thuiszorg bekeken en vergeleken, zoals beweging en voeding. Vooral bij fysieke beweging zag hoofdonderzoeker Eline Kooijmans grote verschillen. “We zien dat de cijfers sterk variëren als het om fysieke activiteit gaat. In Nederland was ruim 80 procent van de patiënten de afgelopen drie dagen buiten geweest, terwijl dit in Italië slechts 7 procent was. Dit kan slechts gedeeltelijk worden verklaard door mobiliteitsproblemen die vaker voorkwamen bij de Italiaanse ouderen in de studie.” Erg jammer, want het is wetenschappelijk aangetoond dat beweging zowel het aantal valpartijen vermindert als het hersenaandoeningen, zoals dementie, vertraagt.
 
De mobiliteit wordt nog verder beperkt door het hoge gebruik van vrijheidsbeperkende middelen in landen zoals Duitsland en Italië. Dit zijn middelen zoals bedhekken of mobiliteitsbeperkende stoelen, die zogenaamd ouderen moeten beschermen tegen vallen. Echter is de werking hiervan nooit bewezen en hebben studies juist aangetoond dat deze middelen een negatieve impact hebben op de mentale en fysieke toestand van een patiënt. Doordat de mobiliteit van ouderen wordt beperkt is er juist een grotere kans op vallen. 

Digitale tool

Hoogendijk en Kooijmans werken samen met hoogleraar Hein van Hout aan het vervolgonderzoek I-CARE4OLD. “We hebben een instrument ontwikkeld dat helpt om de vooruitzichten van een individuele oudere nauwkeuriger in te schatten. Deze digitale tool adviseert ook over de gunstige of schadelijke impact van specifieke interventies. Met behulp van zorggegevens van miljoenen oudere zorgontvangers uit 8 landen wordt dit instrument via machine learning steeds beter. Ik verwacht dat deze tool de enorme ongewenste verschillen in behandeling van vergelijkbare patiënten kan verminderen en zo de kwaliteit van de zorg kan verhogen.”
 
Door: Nationale Zorggids / Marian van Reesch